BWBR0005571
Geldig vanaf 1992-01-01
Artikel 4
Interim bijdrageregeling beeldende kunst en vormgeving
De bijdrage wordt slechts verleend onder de voorwaarde dat:
a. de bijdrage niet besteed wordt ter bekostiging van tegemoetkomingen in beroepskosten van beeldende kunstenaars, voor welke kosten de mogelijkheid van een vergoeding openstaat bij de Stichting Fonds voor beeldende kunsten, bouwkunst en vormgeving, tenzij de tegemoetkoming verleend wordt in de uitvoeringskosten van een bepaald project.
b. de provincie respectievelijk de gemeente bij het nemen van beslissingen met betrekking tot de bekostiging van voorzieningen als bedoeld in artikel 2 zich uitsluitend laat leiden door een beoordeling van artistieke kwaliteit, waartoe zij zich laat adviseren door onafhankelijke deskundigen;
c. de deskundigen, bedoeld in onderdeel b, geen directe of indirecte inkomsten in het kader van deze regeling ontvangen anders dan een vergoeding voor de door hen als zodanig bewezen diensten;
d. de provincie respectievelijk de gemeente binnen negen maanden na het jaar waarin de bijdrage is verstrekt een verklaring van een deskundige als bedoeld in artikel 144 van de Provinciewet, onderscheidenlijk artikel 265 van de gemeentewet aan Onze Minister overlegt, inhoudende dat bij de gehouden controle van de administratie over het afgelopen jaar is gebleken dat de ontvangen bijdrage in dat jaar is besteed ter bekostiging van voorzieningen als bedoeld in artikel 2 of aan kosten als bedoeld in artikel 5;
e. de provincie respectievelijk de gemeente binnen zes maanden na het jaar waarin de bijdrage is uitgekeerd een verslag betreffende de toepassing van dit besluit aan Onze Minister overlegt, waarbij tevens inzicht wordt verstrekt in het totaal van de bekostiging van voorzieningen voor beeldende kunst en vormgeving door de provincie, onderscheidenlijk de gemeente.
a. de bijdrage niet besteed wordt ter bekostiging van tegemoetkomingen in beroepskosten van beeldende kunstenaars, voor welke kosten de mogelijkheid van een vergoeding openstaat bij de Stichting Fonds voor beeldende kunsten, bouwkunst en vormgeving, tenzij de tegemoetkoming verleend wordt in de uitvoeringskosten van een bepaald project.
b. de provincie respectievelijk de gemeente bij het nemen van beslissingen met betrekking tot de bekostiging van voorzieningen als bedoeld in artikel 2 zich uitsluitend laat leiden door een beoordeling van artistieke kwaliteit, waartoe zij zich laat adviseren door onafhankelijke deskundigen;
c. de deskundigen, bedoeld in onderdeel b, geen directe of indirecte inkomsten in het kader van deze regeling ontvangen anders dan een vergoeding voor de door hen als zodanig bewezen diensten;
d. de provincie respectievelijk de gemeente binnen negen maanden na het jaar waarin de bijdrage is verstrekt een verklaring van een deskundige als bedoeld in artikel 144 van de Provinciewet, onderscheidenlijk artikel 265 van de gemeentewet aan Onze Minister overlegt, inhoudende dat bij de gehouden controle van de administratie over het afgelopen jaar is gebleken dat de ontvangen bijdrage in dat jaar is besteed ter bekostiging van voorzieningen als bedoeld in artikel 2 of aan kosten als bedoeld in artikel 5;
e. de provincie respectievelijk de gemeente binnen zes maanden na het jaar waarin de bijdrage is uitgekeerd een verslag betreffende de toepassing van dit besluit aan Onze Minister overlegt, waarbij tevens inzicht wordt verstrekt in het totaal van de bekostiging van voorzieningen voor beeldende kunst en vormgeving door de provincie, onderscheidenlijk de gemeente.