BWBR0005502
Geldig vanaf 1992-05-20
Artikel 6
Regeling ter beperking van de exploitatie van niet-geluid-gecertificeerde straalvliegtuigen
1. De minister van Verkeer en Waterstaat kan ontheffing verlenen van het bepaalde in artikel 3voor vluchten met hoofdstuk 2 straalvliegtuigen die:
a. van historisch belang zijn;
b. dienen ter vervanging van een vliegtuig dat bij een ongeval is vernietigd, mits: 1º er op korte termijn ter vervanging geen vergelijkbaar hoofdstuk 3 vliegtuig verkrijgbaar is en
2º het vervangende vliegtuig binnen één jaar na het ongeval in het Nederlandse luchtvaartuigregister wordt ingeschreven;
1º er op korte termijn ter vervanging geen vergelijkbaar hoofdstuk 3 vliegtuig verkrijgbaar is en
2º het vervangende vliegtuig binnen één jaar na het ongeval in het Nederlandse luchtvaartuigregister wordt ingeschreven;
2. De minister van Verkeer en Waterstaat kan ontheffing verlenen van het bepaalde in artikel 3, eerste lidvoor vluchten met hoofdstuk 2 straalvliegtuigen die:
a. vóór 1 november 1989 door een in een lid-staat gevestigde natuurlijke of rechtspersoon zijn gebruikt krachtens een op 1 november 1990 nog geldige huurkoop- of huurovereenkomst en die in dit verband in het luchtvaartuig van een andere staat zijn ingeschreven;
b. verhuurd zijn geweest aan een luchtvaartmaatschappij van een andere staat en om die reden uit het Nederlandse luchtvaartuigregister zijn verwijderd;
c. voor een korte periode van een derde land wordt gehuurd, mits de aanvrager aantoont dat het niet verlenen van een ontheffing de voortgang van zijn bedrijfsvoering ernstig nadelig zou beïnvloeden.
3. De in het vorige lid onder c bedoelde ontheffing kan worden verleend voor een eerste periode van ten hoogste drie jaar. Een ontheffing kan met perioden van ten hoogste twee jaar worden verlengd, mits de geldigheidsduur van deze ontheffing uiterlijk op 31 december 1995 verstrijkt.
4. De minister van Verkeer en Waterstaat kan ontheffing verlenen van het bepaalde in artikel 3, tweede lidvoor elk vliegtuig ter vervanging waarvan er vóór 1 april 1994 een hoofdstuk 3 vliegtuig is besteld, mits de vroegst mogelijke leveringsdatum is aanvaard.
5. De minister van Verkeer en Waterstaat kan voor vliegtuigen waarvan de aanvrager aantoont dat de voortgang van zijn activiteiten anders in buitensporige mate nadelig wordt beïnvloed, ontheffing verlenen van het bepaalde in artikel 4, tweede lid, onder a.
Een dergelijke ontheffing kan in totaal voor ten hoogste drie jaar van de in artikel 4, tweede lid, onder a, bedoelde termijn van 25 jaar worden gegeven.
a. van historisch belang zijn;
b. dienen ter vervanging van een vliegtuig dat bij een ongeval is vernietigd, mits: 1º er op korte termijn ter vervanging geen vergelijkbaar hoofdstuk 3 vliegtuig verkrijgbaar is en
2º het vervangende vliegtuig binnen één jaar na het ongeval in het Nederlandse luchtvaartuigregister wordt ingeschreven;
1º er op korte termijn ter vervanging geen vergelijkbaar hoofdstuk 3 vliegtuig verkrijgbaar is en
2º het vervangende vliegtuig binnen één jaar na het ongeval in het Nederlandse luchtvaartuigregister wordt ingeschreven;
2. De minister van Verkeer en Waterstaat kan ontheffing verlenen van het bepaalde in artikel 3, eerste lidvoor vluchten met hoofdstuk 2 straalvliegtuigen die:
a. vóór 1 november 1989 door een in een lid-staat gevestigde natuurlijke of rechtspersoon zijn gebruikt krachtens een op 1 november 1990 nog geldige huurkoop- of huurovereenkomst en die in dit verband in het luchtvaartuig van een andere staat zijn ingeschreven;
b. verhuurd zijn geweest aan een luchtvaartmaatschappij van een andere staat en om die reden uit het Nederlandse luchtvaartuigregister zijn verwijderd;
c. voor een korte periode van een derde land wordt gehuurd, mits de aanvrager aantoont dat het niet verlenen van een ontheffing de voortgang van zijn bedrijfsvoering ernstig nadelig zou beïnvloeden.
3. De in het vorige lid onder c bedoelde ontheffing kan worden verleend voor een eerste periode van ten hoogste drie jaar. Een ontheffing kan met perioden van ten hoogste twee jaar worden verlengd, mits de geldigheidsduur van deze ontheffing uiterlijk op 31 december 1995 verstrijkt.
4. De minister van Verkeer en Waterstaat kan ontheffing verlenen van het bepaalde in artikel 3, tweede lidvoor elk vliegtuig ter vervanging waarvan er vóór 1 april 1994 een hoofdstuk 3 vliegtuig is besteld, mits de vroegst mogelijke leveringsdatum is aanvaard.
5. De minister van Verkeer en Waterstaat kan voor vliegtuigen waarvan de aanvrager aantoont dat de voortgang van zijn activiteiten anders in buitensporige mate nadelig wordt beïnvloed, ontheffing verlenen van het bepaalde in artikel 4, tweede lid, onder a.
Een dergelijke ontheffing kan in totaal voor ten hoogste drie jaar van de in artikel 4, tweede lid, onder a, bedoelde termijn van 25 jaar worden gegeven.