1. Het bepaalde in artikel 3is niet van toepassing op vluchten met hoofdstuk 2 vliegtuigen:
a. die zijn uitgerust met motoren met een omloopverhouding van 2 of meer;
b. met een maximaal toegelaten totaalmassa van ten hoogste 34 000 kg. waarvan de maximale binnenruimte waarvoor voor het bepaalde type vliegtuig toestemming is verleend ten hoogste 19 passagiersstoelen bevat, de stoelen voor de bemanning niet meegerekend, of
c. waarvoor het bevoegde gezag van een lidstaat aan een in deze lidstaat gevestigde natuurlijke of rechtspersoon een ontheffing heeft verleend.
2. Het bepaalde in artikel 3, tweede lid, is tot 1 april 2002 niet van toepassing op vluchten met hoofdstuk 2 vliegtuigen:
a. waarvoor het eerste individuele bewijs van luchtwaardigheid minder dan 25 jaar geleden is afgegeven,
b. die zijn ingeschreven in de luchtvaartuigregisters van een in de bijlage van Richtlijn 92/14/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 2 maart 1992 betreffende de beperking van de exploitatie van de vliegtuigen van bijlage 16 van het Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart, Boekdeel I, deel 2, hoofdstuk 2, tweede uitgave (1988) (PbEG L 76) vermeld ontwikkelingsland, voor zover deze vliegtuigen in een door de Minister van Verkeer en Waterstaat in overleg met de betrokken staten nader vast te stellen referentieperiode van twaalf maanden tussen 1986 en 1990, gebruikt werden voor vluchten op aangewezen luchtvaartterreinen en nog steeds rechtstreeks of op grond van leasing gebruikt worden door een in dat land gevestigde natuurlijke of rechtspersoon, behoudens indien het vliegtuig wordt verhuurd aan een natuurlijke of rechtspersoon die in een ander land is gevestigd dan het land dat voor dat vliegtuig in de bijlage staat vermeld, of.
c. die zijn vermeld in de bijlage bij Richtlijn 92/14/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 2 maart 1992 betreffende de beperking van de exploitatie van de vliegtuigen van bijlage 16 van het Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart, Boekdeel I, deel 2, hoofdstuk 2, tweede uitgave (1988) (PbEG L 76).
3. Het bepaalde in artikel 3, tweede lidis niet van toepassing voorzover een luchtvaartmaatschappij ten gevolge van deze bepaling per jaar een zodanig aantal hoofdstuk 2 vliegtuigen buiten gebruik moet stellen dat dit meer bedraagt dan 10% van de totale vloot van civiele (subsonische) straalvliegtuigen.