BWBR0005496
Geldig vanaf 1992-05-01
Artikel 34
Besluit goederenvervoer over de weg
1. Aan de eis van betrouwbaarheid, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, van de wetwordt niet langer voldaan indien de natuurlijke persoon of personen die permanent en daadwerkelijk leiding geven aan het beroepsvervoer in een aaneengesloten periode van drie jaar herhaaldelijk - al dan niet met toepassing van artikel 51, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht- onherroepelijk tot straf veroordeeld zijn wegens:
a. overtreding van artikel 2.4:4, 2.5:1, vierde lid, 2.5:3, 2.5:4, vierde lid, 2.5:5, derde lid, 2.5:6, tweede lid, 2.7:1, of artikel 2.7:4, eerste lid, onderdeel b of tweede lid, van het Arbeidstijdenbesluit vervoer;
b. overtreding van artikel 31 van de wet voor wat betreft de technische staat van de vrachtauto;
c. overtreding van artikel 31 van de wet voor wat betreft de belading van de vrachtauto;
d. overtreding van artikel 2, eerste of tweede lid, van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen;
e. overtreding van artikel 5.3.15 juncto 5.1.1, eerste lid, onderdeel c, van het Voertuigreglement.
2. Aan de eis van betrouwbaarheid wordt niet langer voldaan indien herhaaldelijk bij onherroepelijk vonnis van de burgerlijke rechter is vastgesteld dat de in het beroep geldende loon- en andere op geld waardeerbare arbeidsvoorwaarden niet zijn nageleefd.
3. Het in lege toestand verplaatsen van een vrachtauto wordt gelijkgesteld met beroepsvervoer in geval van toepassing van het bepaalde in het eerste lid, onderdelen aen ben het tweede lid.
4. Bij ministeriële regeling wordt in overeenstemming met Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid vastgesteld op welk tijdstip de periode van drie jaar een aanvang neemt en bij welke aard van de overtredingen en cumulatie van veroordelingen onderscheidenlijk vonnissen genoemd in het eerste en tweede lid, niet langer meer wordt voldaan aan de eis van betrouwbaarheid.
a. overtreding van artikel 2.4:4, 2.5:1, vierde lid, 2.5:3, 2.5:4, vierde lid, 2.5:5, derde lid, 2.5:6, tweede lid, 2.7:1, of artikel 2.7:4, eerste lid, onderdeel b of tweede lid, van het Arbeidstijdenbesluit vervoer;
b. overtreding van artikel 31 van de wet voor wat betreft de technische staat van de vrachtauto;
c. overtreding van artikel 31 van de wet voor wat betreft de belading van de vrachtauto;
d. overtreding van artikel 2, eerste of tweede lid, van de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen;
e. overtreding van artikel 5.3.15 juncto 5.1.1, eerste lid, onderdeel c, van het Voertuigreglement.
2. Aan de eis van betrouwbaarheid wordt niet langer voldaan indien herhaaldelijk bij onherroepelijk vonnis van de burgerlijke rechter is vastgesteld dat de in het beroep geldende loon- en andere op geld waardeerbare arbeidsvoorwaarden niet zijn nageleefd.
3. Het in lege toestand verplaatsen van een vrachtauto wordt gelijkgesteld met beroepsvervoer in geval van toepassing van het bepaalde in het eerste lid, onderdelen aen ben het tweede lid.
4. Bij ministeriële regeling wordt in overeenstemming met Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid vastgesteld op welk tijdstip de periode van drie jaar een aanvang neemt en bij welke aard van de overtredingen en cumulatie van veroordelingen onderscheidenlijk vonnissen genoemd in het eerste en tweede lid, niet langer meer wordt voldaan aan de eis van betrouwbaarheid.