BWBR0005496
Geldig vanaf 1992-05-01
Artikel 105
Besluit goederenvervoer over de weg
1. De vergunninghouder is verplicht ervoor zorg te dragen dat:
a. een deel van de vrachtbrief vermeldende een omschrijving der goederen, de afzender, de geadresseerde en de vervoerder, in de vrachtauto, waarmee de goederen vervoerd worden, aanwezig is;
b. een deel van de vrachtbrief bij het ten vervoer aannemen van de goederen aan de afzender ten bewijze van ontvangst wordt afgegeven;
c. bij aflevering van de goederen het in onderdeel a bedoelde deel van de vrachtbrief tegelijk met de goederen wordt afgegeven tegen aftekening voor ontvangst van een daarvoor bestemd deel van de vrachtbrief.
2. Het eerste lid is niet van toepassing indien het beroepsvervoer betreft waarvan de op dat vervoer betrekking hebbende vrachtbriefgegevens gestructureerd en genormeerd via een electronisch systeem worden uitgewisseld. De aard en inhoud van de bescheiden die in dat geval aan de in artikel 43 van de wetbedoelde ambtenaren ter inzage dienen te worden gegeven, worden bij ministeriële regeling vastgesteld.
3. Namens Onze Minister kan door een door hem aan te wijzen ambtenaar van het bepaalde in het eerste lid, onderdeel a, ontheffing worden verleend. In dat geval is de vergunninghouder verplicht zorg te dragen, dat een door die ambtenaar afgegeven bewijs van de ontheffing in de vrachtauto, waarmede de goederen vervoerd worden, aanwezig is.
4. Aan het bepaalde in het eerste lid, onderdeel c, is, voor zover betreft de aftekening voor ontvangst voldaan, indien bij aflevering van de goederen voor ontvangst is afgetekend op een afzonderlijke lijst onder verwijzing naar de bij de zending behorende vrachtbrief.
a. een deel van de vrachtbrief vermeldende een omschrijving der goederen, de afzender, de geadresseerde en de vervoerder, in de vrachtauto, waarmee de goederen vervoerd worden, aanwezig is;
b. een deel van de vrachtbrief bij het ten vervoer aannemen van de goederen aan de afzender ten bewijze van ontvangst wordt afgegeven;
c. bij aflevering van de goederen het in onderdeel a bedoelde deel van de vrachtbrief tegelijk met de goederen wordt afgegeven tegen aftekening voor ontvangst van een daarvoor bestemd deel van de vrachtbrief.
2. Het eerste lid is niet van toepassing indien het beroepsvervoer betreft waarvan de op dat vervoer betrekking hebbende vrachtbriefgegevens gestructureerd en genormeerd via een electronisch systeem worden uitgewisseld. De aard en inhoud van de bescheiden die in dat geval aan de in artikel 43 van de wetbedoelde ambtenaren ter inzage dienen te worden gegeven, worden bij ministeriële regeling vastgesteld.
3. Namens Onze Minister kan door een door hem aan te wijzen ambtenaar van het bepaalde in het eerste lid, onderdeel a, ontheffing worden verleend. In dat geval is de vergunninghouder verplicht zorg te dragen, dat een door die ambtenaar afgegeven bewijs van de ontheffing in de vrachtauto, waarmede de goederen vervoerd worden, aanwezig is.
4. Aan het bepaalde in het eerste lid, onderdeel c, is, voor zover betreft de aftekening voor ontvangst voldaan, indien bij aflevering van de goederen voor ontvangst is afgetekend op een afzonderlijke lijst onder verwijzing naar de bij de zending behorende vrachtbrief.