BWBR0005444
Geldig vanaf 1992-11-01
Artikel 4
Wet bestrijding ongevallen Noordzee
1. Indien zich een ongeval heeft voorgedaan ten gevolge waarvan schadelijke gevolgen ontstaan of, naar redelijkerwijs is te voorzien, zullen ontstaan en het desbetreffende schip zich in de Nederlandse territoriale zee bevindt, dient de kapitein van dat ongeval zo spoedig mogelijk melding te maken aan een daartoe door Onze Minister aangewezen instantie.
2. In een situatie als bedoeld in het eerste lid zijn de kapitein en de exploitant van het desbetreffende schip en de eigenaar van gevaarlijke of verontreinigende stoffen aan boord van het desbetreffende schip verder verplicht om alle in verband met het ongeval gevraagde gegevens terstond te verstrekken en om desgevraagd terstond mededeling te doen van alle maatregelen die vanwege het schip in verband met het ongeval zijn genomen.
3. Indien zich een ongeval heeft voorgedaan ten gevolge waarvan schadelijke gevolgen als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, ontstaan of, naar redelijkerwijs is te voorzien, zullen ontstaan, zijn het eerste en tweede lid ook van toepassing als het desbetreffende schip zich buiten de Nederlandse territoriale zee in de Noordzee bevindt.
4. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot de inhoud van de melding en van de te verstrekken informatie, en de wijze waarop de melding geschiedt en de informatie wordt verstrekt.
5. Indien de kapitein in een situatie als bedoeld in het eerste lid van het ongeval melding heeft gemaakt overeenkomstig de daartoe geregelde verplichtingen in en krachtens <a href="/wet/BWBR0003642/artikel/12" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 12 van de Wet voorkoming verontreiniging door schepen</a>( <em>Stb.</em>1983, 683), geldt de in het eerste lid bedoelde verplichting niet.
2. In een situatie als bedoeld in het eerste lid zijn de kapitein en de exploitant van het desbetreffende schip en de eigenaar van gevaarlijke of verontreinigende stoffen aan boord van het desbetreffende schip verder verplicht om alle in verband met het ongeval gevraagde gegevens terstond te verstrekken en om desgevraagd terstond mededeling te doen van alle maatregelen die vanwege het schip in verband met het ongeval zijn genomen.
3. Indien zich een ongeval heeft voorgedaan ten gevolge waarvan schadelijke gevolgen als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, ontstaan of, naar redelijkerwijs is te voorzien, zullen ontstaan, zijn het eerste en tweede lid ook van toepassing als het desbetreffende schip zich buiten de Nederlandse territoriale zee in de Noordzee bevindt.
4. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot de inhoud van de melding en van de te verstrekken informatie, en de wijze waarop de melding geschiedt en de informatie wordt verstrekt.
5. Indien de kapitein in een situatie als bedoeld in het eerste lid van het ongeval melding heeft gemaakt overeenkomstig de daartoe geregelde verplichtingen in en krachtens <a href="/wet/BWBR0003642/artikel/12" class="text-primary-600 hover:text-primary-700 underline decoration-primary-300">artikel 12 van de Wet voorkoming verontreiniging door schepen</a>( <em>Stb.</em>1983, 683), geldt de in het eerste lid bedoelde verplichting niet.