BWBR0005393
Geldig vanaf 1992-11-01
Artikel 50
Scheepvaartreglement Westerschelde 1990
1. Tenzij door de Rijkshavenmeester Westerschelde daarvan ontheffing wordt verleend, moet op een gemeerd of ten anker liggend dan wel aan de grond zittend schip een persoon aanwezig zijn die de wacht houdt en die, bij aanroepen door de Rijkshavenmeester Westerschelde of een opsporingsambtenaar verplicht is antwoord te geven.
2. Tenzij door de Rijkshavenmeester Westerschelde daarvan ontheffing wordt verleend, moet op een gemeerd of ten anker liggend dan wel aan de grond zittend zeeschip uitgerust met een marifooninstallatie de bij het eerste lid genoemde of een andere persoon luisterwacht houden op een door de Rijkshavenmeester Westerschelde daartoe aangewezen marifoonkanaal en bij het oproepen door de Rijkshavenmeester Westerschelde daarop antwoord geven.
2. Tenzij door de Rijkshavenmeester Westerschelde daarvan ontheffing wordt verleend, moet op een gemeerd of ten anker liggend dan wel aan de grond zittend zeeschip uitgerust met een marifooninstallatie de bij het eerste lid genoemde of een andere persoon luisterwacht houden op een door de Rijkshavenmeester Westerschelde daartoe aangewezen marifoonkanaal en bij het oproepen door de Rijkshavenmeester Westerschelde daarop antwoord geven.