BWBR0005355
Geldig vanaf 2010-04-01
Artikel 28
Uitvoeringsregeling accijns
1. In het verzoek om een vergunning als bedoeld in artikel 65, vierde lid, van de wet, dienen te worden vermeld:
a. de persoon op wiens naam de vergunning dient te worden gesteld;
b. de hoeveelheid accijnsgoederen, onderscheiden naar de soort, die naar verwachting per jaar zal worden betrokken;
c. de locatie en de inrichting van het bedrijf;
d. de hoeveelheid accijnsgoederen, onderscheiden naar de soort, die naar verwachting per jaar met vrijstelling wordt geproduceerd, verwerkt of verbruikt;
e. de administratie en de administratieve organisatie met betrekking tot het bedrijf waarvoor de vergunning wordt gevraagd.
2. Met betrekking tot het verlenen, het aanpassen en het intrekken van de vergunning zijn de artikelen 43 tot en met 50 van de wetvan overeenkomstige toepassing.
a. de persoon op wiens naam de vergunning dient te worden gesteld;
b. de hoeveelheid accijnsgoederen, onderscheiden naar de soort, die naar verwachting per jaar zal worden betrokken;
c. de locatie en de inrichting van het bedrijf;
d. de hoeveelheid accijnsgoederen, onderscheiden naar de soort, die naar verwachting per jaar met vrijstelling wordt geproduceerd, verwerkt of verbruikt;
e. de administratie en de administratieve organisatie met betrekking tot het bedrijf waarvoor de vergunning wordt gevraagd.
2. Met betrekking tot het verlenen, het aanpassen en het intrekken van de vergunning zijn de artikelen 43 tot en met 50 van de wetvan overeenkomstige toepassing.