BWBR0005309
Geldig vanaf 1992-01-01
Artikel 27
Comptabiliteitsvoorschriften waterschappen
1. Dit besluit treedt in werking met ingang van de datum van inwerkingtreding der Waterschapswet.
2. Uiterlijk het derde begrotingsjaar na het in werking treden van dit besluit dienen de op dat begrotingsjaar betrekking hebbende begroting en jaarrekening te worden ingericht overeenkomstig de bij of krachtens dit besluit gestelde voorschriften. Voor de daaraan voorafgaande begrotingsjaren blijven de door de provincies gegeven voorschriften van kracht.
3. Voor de waterschappen die op het moment van het in werking treden van dit besluit hun begroting en jaarrekening inrichten volgens provinciale voorschriften die zijn afgeleid van model A zoals bedoeld in de model-Comptabiliteitsvoorschriften van de Unie van Waterschappen geldt, in afwijking van het tweede lid, dat de begroting en jaarrekening uiterlijk het vijfde begrotingsjaar na het in werking treden van dit besluit dienen te worden ingericht overeenkomstig de bij of krachtens dit besluit gestelde voorschriften. Voor de daaraan voorafgaande begrotingsjaren blijven de bedoelde provinciale voorschriften van kracht.
2. Uiterlijk het derde begrotingsjaar na het in werking treden van dit besluit dienen de op dat begrotingsjaar betrekking hebbende begroting en jaarrekening te worden ingericht overeenkomstig de bij of krachtens dit besluit gestelde voorschriften. Voor de daaraan voorafgaande begrotingsjaren blijven de door de provincies gegeven voorschriften van kracht.
3. Voor de waterschappen die op het moment van het in werking treden van dit besluit hun begroting en jaarrekening inrichten volgens provinciale voorschriften die zijn afgeleid van model A zoals bedoeld in de model-Comptabiliteitsvoorschriften van de Unie van Waterschappen geldt, in afwijking van het tweede lid, dat de begroting en jaarrekening uiterlijk het vijfde begrotingsjaar na het in werking treden van dit besluit dienen te worden ingericht overeenkomstig de bij of krachtens dit besluit gestelde voorschriften. Voor de daaraan voorafgaande begrotingsjaren blijven de bedoelde provinciale voorschriften van kracht.