BWBR0005283
Geldig vanaf 1992-01-01
Artikel 20
Besluit zorgaanspraken bijzondere ziektekostenverzekering
1. Psychiatrische zorg te verlenen door een psychiatrisch ziekenhuis omvat:
a. onderzoek, advisering en voorlichting, behandeling, begeleiding, verpleging of verzorging gericht op herstel of voorkomen van verergering van een psychiatrische stoornis, al dan niet gepaard gaande met verblijf gedurende het etmaal,
b. met een pleeggezin overeengekomen verpleging in dat gezin,
c. begeleiding en verblijf gedurende het etmaal gericht op terugkeer in de samenleving, of
d. behandeling en verblijf gedurende het etmaal gericht op herstel van een verstoring in het dagelijks functioneren als gevolg van psychosociale problemen.
2. Op de zorg, bedoeld in het eerste lid, onder c, bestaat aanspraak gedurende twee jaren, indien te verwachten is dat de verzekerde na afloop van die termijn zelfstandig kan wonen dan wel kan verblijven in een regionale instelling voor beschermd wonen. Het verblijf kan tweemaal met zesentwintig weken worden verlengd.
3. Op de zorg, bedoeld in het eerste lid, onder d, bestaat aanspraak gedurende twaalf weken, indien te verwachten is dat een ambulante behandeling voor de verzekerde niet of nog niet toereikend is. Op de zorg bestaat geen aanspraak, indien na beëindiging van een eerder verblijf nog geen zesentwintig weken zijn verstreken.
4. Bij ministeriële regeling kunnen regelen worden gesteld met betrekking tot de voorwaarden voor het tot gelding brengen van de aanspraak op de zorg, bedoeld in het eerste lid.
a. onderzoek, advisering en voorlichting, behandeling, begeleiding, verpleging of verzorging gericht op herstel of voorkomen van verergering van een psychiatrische stoornis, al dan niet gepaard gaande met verblijf gedurende het etmaal,
b. met een pleeggezin overeengekomen verpleging in dat gezin,
c. begeleiding en verblijf gedurende het etmaal gericht op terugkeer in de samenleving, of
d. behandeling en verblijf gedurende het etmaal gericht op herstel van een verstoring in het dagelijks functioneren als gevolg van psychosociale problemen.
2. Op de zorg, bedoeld in het eerste lid, onder c, bestaat aanspraak gedurende twee jaren, indien te verwachten is dat de verzekerde na afloop van die termijn zelfstandig kan wonen dan wel kan verblijven in een regionale instelling voor beschermd wonen. Het verblijf kan tweemaal met zesentwintig weken worden verlengd.
3. Op de zorg, bedoeld in het eerste lid, onder d, bestaat aanspraak gedurende twaalf weken, indien te verwachten is dat een ambulante behandeling voor de verzekerde niet of nog niet toereikend is. Op de zorg bestaat geen aanspraak, indien na beëindiging van een eerder verblijf nog geen zesentwintig weken zijn verstreken.
4. Bij ministeriële regeling kunnen regelen worden gesteld met betrekking tot de voorwaarden voor het tot gelding brengen van de aanspraak op de zorg, bedoeld in het eerste lid.