BWBR0005260
Geldig vanaf 1992-01-01
Artikel 37
Maatregel teboekgestelde schepen 1992
1. Voorafgaand aan de inschrijving van een akte van levering van een te boek staand zeeschip of van aandelen daarin, wordt door de verkrijger bij de Dienst een aanvraag ingediend voor een verklaring dat voldaan wordt aan de in artikel 194a van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboekvan toepassing zijnde vereisten.
2. De verklaring, bedoeld in het eerste lid, wordt afgegeven door de bewaarder.
3. Bij de inschrijving van een akte van levering van een te boek staand zeeschip of van aandelen daarin wordt, onverminderd het bepaalde in artikel 24 van de wet, tevens de verklaring, bedoeld in het eerste lid, ter inschrijving aangeboden.
4. In de akte van levering verklaart de notaris dat de op grond van het eerste lid vereiste bewijsstukken en gegevens op het moment van aanbieden ter inschrijving actueel en ongewijzigd zijn.
5. De kosten van aanvraag en afgifte van de verklaring, bedoeld in het eerste lid, komen ten laste van de aanvrager.
6. Het bestuur van de Dienst kan de vorm van de aanvraag en de verklaring, bedoeld in het eerste lid, vaststellen.
7. Het bestuur van de Dienst stelt eisen ten aanzien van de bij een aanvraag voor de verklaring, bedoeld in het eerste lid, te overleggen bewijsstukken en gegevens.
2. De verklaring, bedoeld in het eerste lid, wordt afgegeven door de bewaarder.
3. Bij de inschrijving van een akte van levering van een te boek staand zeeschip of van aandelen daarin wordt, onverminderd het bepaalde in artikel 24 van de wet, tevens de verklaring, bedoeld in het eerste lid, ter inschrijving aangeboden.
4. In de akte van levering verklaart de notaris dat de op grond van het eerste lid vereiste bewijsstukken en gegevens op het moment van aanbieden ter inschrijving actueel en ongewijzigd zijn.
5. De kosten van aanvraag en afgifte van de verklaring, bedoeld in het eerste lid, komen ten laste van de aanvrager.
6. Het bestuur van de Dienst kan de vorm van de aanvraag en de verklaring, bedoeld in het eerste lid, vaststellen.
7. Het bestuur van de Dienst stelt eisen ten aanzien van de bij een aanvraag voor de verklaring, bedoeld in het eerste lid, te overleggen bewijsstukken en gegevens.