BWBR0005260
Geldig vanaf 1992-01-01
Artikel 35a
Maatregel teboekgestelde schepen 1992
1. Indien de Dienst een bericht ontvangt van Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat als beheerder van het vlagregister, inzake een wijziging als bedoeld in artikel 11, eerste lid, van de rijkswet, neemt de Dienst een beslissing omtrent wijziging van het betreffende gegeven.
2. Indien de Dienst de beslissing, bedoeld in het eerste lid, niet binnen één dag na ontvangst van die melding heeft genomen, tekent de Dienst in de registratie voor schepen aan dat het betreffende gegeven «in onderzoek» is.
3. De Dienst verwijdert de aantekening dat een gegeven «in onderzoek» is uit de registratie voor schepen tegelijk met de verwerking van de wijziging in die registratie of, indien een bericht als bedoeld in het eerste lid niet tot wijziging leidt, met de beslissing om het gegeven niet te wijzigen.
4. De beslissing, bedoeld in het tweede en derde lid, is een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht.
5. De Dienst zendt Onze Minister, genoemd in het eerste lid, onverwijld een bericht over een handeling of beslissing als bedoeld in het tweede of derde lid.
6. De Dienst doet onverwijld schriftelijk mededeling aan de belanghebbende van zijn beslissing op grond van het tweede of derde lid, indien die beslissing heeft geleid tot een wijziging van het betreffende gegeven.
2. Indien de Dienst de beslissing, bedoeld in het eerste lid, niet binnen één dag na ontvangst van die melding heeft genomen, tekent de Dienst in de registratie voor schepen aan dat het betreffende gegeven «in onderzoek» is.
3. De Dienst verwijdert de aantekening dat een gegeven «in onderzoek» is uit de registratie voor schepen tegelijk met de verwerking van de wijziging in die registratie of, indien een bericht als bedoeld in het eerste lid niet tot wijziging leidt, met de beslissing om het gegeven niet te wijzigen.
4. De beslissing, bedoeld in het tweede en derde lid, is een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht.
5. De Dienst zendt Onze Minister, genoemd in het eerste lid, onverwijld een bericht over een handeling of beslissing als bedoeld in het tweede of derde lid.
6. De Dienst doet onverwijld schriftelijk mededeling aan de belanghebbende van zijn beslissing op grond van het tweede of derde lid, indien die beslissing heeft geleid tot een wijziging van het betreffende gegeven.