BWBR0005259
Geldig vanaf 1992-01-01
Artikel 33
Kadasterbesluit
1. Indien na inschrijving van een stuk blijkt dat één of meer der in dat stuk vermelde gegevens als bedoeld in artikel 22, eerste lid, van de wet, onverenigbaar zijn met de in de registratie voor luchtvaartuigen vermeld staande gegevens ten aanzien van het luchtvaartuig waarop het ingeschreven stuk betrekking heeft, is het bepaalde bij of krachtens artikel 30, eerste lid, van toepassing ten aanzien van de in het stuk genoemde luchtvaartuigen, zo deze te boek staan of te boek gesteld zijn geweest, alsmede ten aanzien van de luchtvaartuigen die naar het vermoeden van de bewaarder in het stuk vermeld zouden moeten zijn, zo dit althans bij de bewaarder bekend is.
2. Indien het in artikel 22, eerste lid, onder d, van de wetbedoelde nummer in het stuk niet juist is vermeld, wordt in de registratie voor luchtvaartuigen bij de desbetreffende rechthebbenden en de in het eerste lid bedoelde luchtvaartuigen melding gemaakt van het stukidentificatienummer van het desbetreffende ingeschreven stuk. Tevens wordt verwezen naar het afschrift van de in artikel 96, derde lid, juncto artikel 59, derde lid, van de wetbedoelde bekendmaking van de beslissing.
3. De bijhouding, bedoeld in het tweede lid, wordt eerst voltooid nadat is ingeschreven:
a. een stuk tot verbetering als bedoeld in artikel 42, eerste lid, van de wet;
b. een proces-verbaal als bedoeld in artikel 42, tweede lid, van de wet, of
c. een bijhoudingsverklaring als bedoeld in artikel 46a van de wet.
4. Na een inschrijving als bedoeld in het derde lid wordt de melding, bedoeld in het tweede lid, vervangen door het resultaat van de bijhouding.
2. Indien het in artikel 22, eerste lid, onder d, van de wetbedoelde nummer in het stuk niet juist is vermeld, wordt in de registratie voor luchtvaartuigen bij de desbetreffende rechthebbenden en de in het eerste lid bedoelde luchtvaartuigen melding gemaakt van het stukidentificatienummer van het desbetreffende ingeschreven stuk. Tevens wordt verwezen naar het afschrift van de in artikel 96, derde lid, juncto artikel 59, derde lid, van de wetbedoelde bekendmaking van de beslissing.
3. De bijhouding, bedoeld in het tweede lid, wordt eerst voltooid nadat is ingeschreven:
a. een stuk tot verbetering als bedoeld in artikel 42, eerste lid, van de wet;
b. een proces-verbaal als bedoeld in artikel 42, tweede lid, van de wet, of
c. een bijhoudingsverklaring als bedoeld in artikel 46a van de wet.
4. Na een inschrijving als bedoeld in het derde lid wordt de melding, bedoeld in het tweede lid, vervangen door het resultaat van de bijhouding.