BWBR0005259
Geldig vanaf 1992-01-01
Artikel 23
Kadasterbesluit
1. De Dienst is bevoegd een onderzoek van vernieuwing als bedoeld in artikel 74, eerste lid, van de wet, in te stellen:
a. indien met betrekking tot onroerende zaken, gelegen in een bepaald gebied, de in de basisregistratie kadaster, op de kadastrale kaart en de daaraan ten grondslag liggende bescheiden voorkomende gegevens betreffende de rechtstoestand, de grootte en feitelijke gesteldheid naar het oordeel van de Dienst niet voldoende juist en volledig zijn;
b. indien met betrekking tot één of meer onroerende zaken sprake is van de onder a bedoelde omstandigheid;
c. indien zulks aan de Dienst wordt verzocht op de door de verzoeker aannemelijk te maken grond dat met betrekking tot één of meer onroerende zaken de in de basisregistratie kadaster, op de kadastrale kaart en de daaraan ten grondslag liggende bescheiden voorkomende gegevens betreffende de rechtstoestand, de grootte en feitelijke gesteldheid niet voldoende juist en volledig zijn.
2. Indien het onderzoek van vernieuwing de in het eerste lid, onder b of c, bedoelde gevallen betreft, blijft de in artikel 75, eerste lid, van de wetbedoelde openbaarmaking van het voornemen daartoe achterwege.
a. indien met betrekking tot onroerende zaken, gelegen in een bepaald gebied, de in de basisregistratie kadaster, op de kadastrale kaart en de daaraan ten grondslag liggende bescheiden voorkomende gegevens betreffende de rechtstoestand, de grootte en feitelijke gesteldheid naar het oordeel van de Dienst niet voldoende juist en volledig zijn;
b. indien met betrekking tot één of meer onroerende zaken sprake is van de onder a bedoelde omstandigheid;
c. indien zulks aan de Dienst wordt verzocht op de door de verzoeker aannemelijk te maken grond dat met betrekking tot één of meer onroerende zaken de in de basisregistratie kadaster, op de kadastrale kaart en de daaraan ten grondslag liggende bescheiden voorkomende gegevens betreffende de rechtstoestand, de grootte en feitelijke gesteldheid niet voldoende juist en volledig zijn.
2. Indien het onderzoek van vernieuwing de in het eerste lid, onder b of c, bedoelde gevallen betreft, blijft de in artikel 75, eerste lid, van de wetbedoelde openbaarmaking van het voornemen daartoe achterwege.