BWBR0005241
Geldig vanaf 1992-01-01
Artikel 4
Besluit vergunningaanvraag Wet op het consumentenkrediet
1. Bij de aanvraag moeten de volgende bescheiden worden overgelegd:
a. een ontwerp van het beschikbaar te stellen prospectus, bedoeld in artikel 26, eerste lid, van de wet;
b. een ontwerp van de akte, bedoeld in artikel 30, eerste lid, van de wet, alsmede van de schriftelijke bevestiging, bedoeld in artikel 32, eerste lid, van de wet;
c. indien de aanvrager voornemens is gebruik te maken van de diensten van een of meer kredietbemiddelaars: een ontwerp van de provisie-overeenkomst, bedoeld in het Besluit provisie kredietbemiddeling (Stb. 1991, 548).
2. Indien de onderneming is ingeschreven in het handelsregister, moet bij de aanvraag voorts een uittreksel van het ter zake van de onderneming in het handelsregister ingeschrevene worden overgelegd.
3. Indien de aanvraag wordt gedaan door een rechtspersoon, moeten daarbij voorts de statuten van die rechtspersoon worden overgelegd.
a. een ontwerp van het beschikbaar te stellen prospectus, bedoeld in artikel 26, eerste lid, van de wet;
b. een ontwerp van de akte, bedoeld in artikel 30, eerste lid, van de wet, alsmede van de schriftelijke bevestiging, bedoeld in artikel 32, eerste lid, van de wet;
c. indien de aanvrager voornemens is gebruik te maken van de diensten van een of meer kredietbemiddelaars: een ontwerp van de provisie-overeenkomst, bedoeld in het Besluit provisie kredietbemiddeling (Stb. 1991, 548).
2. Indien de onderneming is ingeschreven in het handelsregister, moet bij de aanvraag voorts een uittreksel van het ter zake van de onderneming in het handelsregister ingeschrevene worden overgelegd.
3. Indien de aanvraag wordt gedaan door een rechtspersoon, moeten daarbij voorts de statuten van die rechtspersoon worden overgelegd.