BWBR0005035
Geldig vanaf 1991-04-01
Artikel 1
Besluit laad- en lostijden en overliggeld in de binnenvaart 1991
In dit besluit wordt verstaan onder:
a. werkdag: alle kalenderdagen, met uitzondering van de zondag en de daarmede gelijkgestelde dagen;
b. de met de zondag gelijkgestelde dagen: de Nieuwjaarsdag, de Christelijke Tweede Paas- en Pinksterdag, de beide Kerstdagen, de Hemelvaartsdag, de dag waarop de verjaardag van de Koning wordt gevierd en de door de regering geproclameerde nationale feestdagen;
c. verplaatsing: de in kubieke meters uitgedrukte waterverplaatsing van een binnenschip tussen het vlak van inzinking van het ledige vaartuig in zoet water en het vlak van de grootst toegelaten diepgang;
d. motorschip: een binnenschip, bestemd voor het vervoer van zaken en ingericht om door middel van één of meer eigen werktuiglijke voortstuwingsmiddelen zelfstandig te varen met inachtneming van het bepaalde in onderdeel e;
e. sleepschip of duwbak: elk binnenschip niet vallend onder d, alsmede een binnenschip voorzien van één of meer eigen werktuiglijke voortstuwingsmiddelen, die uitsluitend of nagenoeg uitsluitend worden aangewend voor verhaalwerkzaamheden of voor besturing;
f. laadplaats: de gemeente, waar moet worden geladen;
g. losplaats: de gemeente, waar moet worden gelost;
h. laadplek: de plek binnen de laadplaats, waar moet worden geladen;
i. losplek: de plek binnen de losplaats, waar moet worden gelost;
j. ton: duizend kilogram lading.
a. werkdag: alle kalenderdagen, met uitzondering van de zondag en de daarmede gelijkgestelde dagen;
b. de met de zondag gelijkgestelde dagen: de Nieuwjaarsdag, de Christelijke Tweede Paas- en Pinksterdag, de beide Kerstdagen, de Hemelvaartsdag, de dag waarop de verjaardag van de Koning wordt gevierd en de door de regering geproclameerde nationale feestdagen;
c. verplaatsing: de in kubieke meters uitgedrukte waterverplaatsing van een binnenschip tussen het vlak van inzinking van het ledige vaartuig in zoet water en het vlak van de grootst toegelaten diepgang;
d. motorschip: een binnenschip, bestemd voor het vervoer van zaken en ingericht om door middel van één of meer eigen werktuiglijke voortstuwingsmiddelen zelfstandig te varen met inachtneming van het bepaalde in onderdeel e;
e. sleepschip of duwbak: elk binnenschip niet vallend onder d, alsmede een binnenschip voorzien van één of meer eigen werktuiglijke voortstuwingsmiddelen, die uitsluitend of nagenoeg uitsluitend worden aangewend voor verhaalwerkzaamheden of voor besturing;
f. laadplaats: de gemeente, waar moet worden geladen;
g. losplaats: de gemeente, waar moet worden gelost;
h. laadplek: de plek binnen de laadplaats, waar moet worden geladen;
i. losplek: de plek binnen de losplaats, waar moet worden gelost;
j. ton: duizend kilogram lading.