BWBR0004964
Geldig vanaf 1991-01-02
Artikel 5
Nederlandse Uitvoeringsvoorschriften belastingovereenkomst Nederland-Noorwegen 1990
1. Indien dividendbelasting is ingehouden van dividenden, betaald door een lichaam aan een lichaam (niet zijnde een maatschap of een vennootschap onder firma) dat inwoner van Noorwegen is, terwijl ingevolge artikel 10, derde lid, van de Overeenkomst de daarop in te houden dividendbelasting nihil bedraagt of ingevolge artikel 10, vierde lid, van de Overeenkomst de daarop in te houden dividendbelasting 5 of 10 percent bedraagt, kan dat Noorse lichaam een verzoek om teruggaaf van hetgeen meer is ingehouden richten tot de inspecteur binnen wiens ambtsgebied het Nederlandse lichaam is gevestigd.
2. Het in het eerste lid bedoelde verzoek wordt ingeleverd bij het lichaam dat de dividenden heeft betaald. Dit zendt het verzoek aan de in het eerste lid bedoelde inspecteur, nadat het daaraan de in artikel 4, tweede lid, bedoelde gegevens en de in dat lid bedoelde verklaring heeft toegevoegd. De inspecteur beslist op het verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking.
3. Het terug te geven bedrag wordt door de ontvanger ten behoeve van het Noorse lichaam aan het Nederlandse lichaam overgemaakt.
2. Het in het eerste lid bedoelde verzoek wordt ingeleverd bij het lichaam dat de dividenden heeft betaald. Dit zendt het verzoek aan de in het eerste lid bedoelde inspecteur, nadat het daaraan de in artikel 4, tweede lid, bedoelde gegevens en de in dat lid bedoelde verklaring heeft toegevoegd. De inspecteur beslist op het verzoek bij voor bezwaar vatbare beschikking.
3. Het terug te geven bedrag wordt door de ontvanger ten behoeve van het Noorse lichaam aan het Nederlandse lichaam overgemaakt.