BWBR0004942
Geldig vanaf 1991-01-01
Artikel 14t
Regeling rondvaartboten van het Amsterdamse grachtentype
1. Het onderhoud van de CNG-installatie geschiedt conform een met de fabrikant of de leverancier van de CNG-installatie overeengekomen onderhoudsprogramma.
2. Het onderhoudsprogramma voorziet tenminste in een regelmatige controle van de CNG-installatie.
3. Het onderhoudsprogramma voorziet in een periodieke keuring van de CNG-tanks en vermeldt de daarbij toe te passen testmethode en de afkeuringscriteria.
4. Een kopie van de beschrijving van het onderhoudsprogramma wordt binnen drie maanden na ingebruikname van de CNG-installatie toegezonden aan de inspecteur-generaal.
5. de inspecteur-generaal kan het onderhoudsprogramma aanpassen voor zover uitvoering van het onderhoudsprogramma de veiligheid van het gebruik van de CNG-installatie naar zijn redelijk oordeel onvoldoende waarborgt.
6. De resultaten van een controle als bedoeld in het tweede lid en de resultaten van een periodieke keuring als bedoeld in het derde lid worden aangetekend bij de beschrijving van het onderhoudsprogramma, onder vermelding van de datum waarop de controle of de keuring is gehouden of geëindigd en de naam van degene onder wiens verantwoordelijkheid de controle of de keuring heeft plaatsgevonden. Deze ondertekend de aantekening.
7. Indien een CNG-tank geheel of gedeeltelijk wordt afgekeurd stelt de eigenaar de inspecteur-generaal hiervan onverwijld op de hoogte.
8. De beschrijving van het onderhoudsprogramma bevindt zich aan boord.
2. Het onderhoudsprogramma voorziet tenminste in een regelmatige controle van de CNG-installatie.
3. Het onderhoudsprogramma voorziet in een periodieke keuring van de CNG-tanks en vermeldt de daarbij toe te passen testmethode en de afkeuringscriteria.
4. Een kopie van de beschrijving van het onderhoudsprogramma wordt binnen drie maanden na ingebruikname van de CNG-installatie toegezonden aan de inspecteur-generaal.
5. de inspecteur-generaal kan het onderhoudsprogramma aanpassen voor zover uitvoering van het onderhoudsprogramma de veiligheid van het gebruik van de CNG-installatie naar zijn redelijk oordeel onvoldoende waarborgt.
6. De resultaten van een controle als bedoeld in het tweede lid en de resultaten van een periodieke keuring als bedoeld in het derde lid worden aangetekend bij de beschrijving van het onderhoudsprogramma, onder vermelding van de datum waarop de controle of de keuring is gehouden of geëindigd en de naam van degene onder wiens verantwoordelijkheid de controle of de keuring heeft plaatsgevonden. Deze ondertekend de aantekening.
7. Indien een CNG-tank geheel of gedeeltelijk wordt afgekeurd stelt de eigenaar de inspecteur-generaal hiervan onverwijld op de hoogte.
8. De beschrijving van het onderhoudsprogramma bevindt zich aan boord.