BWBR0004874
Geldig vanaf 1990-10-01
Artikel 3
Bezwarenregeling verzelfstandiging RCC
1. Behoudens het bepaalde in het vierde lid bestaat de commissie uit een voorzitter en vier leden, die worden benoemd door de minister. Voor benoeming komen slechts diegenen in aanmerking die bereid zijn om zich tot geheimhouding te verplichten van gegevens, waarover zij bij de behandeling van de bezwaren de beschikking krijgen en waarvan zij het vertrouwelijke karakter kennen of redelijkerwijs moeten kunnen vermoeden.
2. De voorzitter mag niet worden benoemd uit personen, die werkzaam zijn bij het Rijks Computercentrum. De voorzitter wordt benoemd door de minister uit een voordracht van twee personen opgemaakt door de vier leden van de commissie bedoeld onder lid 3.
3. De benoeming van de overige leden geschiedt als volgt:
a. twee leden worden benoemd op voordracht van de directeur;
b. twee leden worden benoemd op voordracht van de dienstcommissie of, na de overgangsdatum, het orgaan dat daarvoor in de plaats treedt.
4. Indien het aantal bezwaren hiertoe aanleiding geeft, kunnen overeenkomstig het derde lid, in dezelfde getalsverhouding meer leden worden benoemd.
5. Met inachtneming van het bepaalde in het tweede, derde en vierde lid worden een of meer plaatsvervangend voorzitters en plaatsvervangende leden benoemd.
6. De directeur wijst, in overleg met de voorzitter, een secretaris en een plaatsvervangend secretaris aan, die de commissie bijstaan.
Voor het geval als bedoeld in het vierde lid kan hij adjunct-secretarissen aanwijzen.
7. Aan de voorzitter, de leden en hun plaatsvervangers worden door het Rijks Computercentrum vergoedingen voor reis- en verblijfkosten verleend, volgens de bepalingen van het Reisbesluit 1971 (Stb. 1970, 602).
2. De voorzitter mag niet worden benoemd uit personen, die werkzaam zijn bij het Rijks Computercentrum. De voorzitter wordt benoemd door de minister uit een voordracht van twee personen opgemaakt door de vier leden van de commissie bedoeld onder lid 3.
3. De benoeming van de overige leden geschiedt als volgt:
a. twee leden worden benoemd op voordracht van de directeur;
b. twee leden worden benoemd op voordracht van de dienstcommissie of, na de overgangsdatum, het orgaan dat daarvoor in de plaats treedt.
4. Indien het aantal bezwaren hiertoe aanleiding geeft, kunnen overeenkomstig het derde lid, in dezelfde getalsverhouding meer leden worden benoemd.
5. Met inachtneming van het bepaalde in het tweede, derde en vierde lid worden een of meer plaatsvervangend voorzitters en plaatsvervangende leden benoemd.
6. De directeur wijst, in overleg met de voorzitter, een secretaris en een plaatsvervangend secretaris aan, die de commissie bijstaan.
Voor het geval als bedoeld in het vierde lid kan hij adjunct-secretarissen aanwijzen.
7. Aan de voorzitter, de leden en hun plaatsvervangers worden door het Rijks Computercentrum vergoedingen voor reis- en verblijfkosten verleend, volgens de bepalingen van het Reisbesluit 1971 (Stb. 1970, 602).