BWBR0004825
Geldig vanaf 2009-03-23
Artikel 70
Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 (RVV 1990)
1. Bij tram/buslichten betekent:
a. wit licht of wit knipperlicht: doorgaan;
b. geel licht: stop; voor bestuurders die het licht zo dicht genaderd zijn dat stoppen redelijkerwijs niet meer mogelijk is: doorgaan;
c. rood licht: stop.
2. Het witte licht en het witte knipperlicht gelden slechts voor de aangegeven richtingen.
3. De tram/buslichten gelden voor bestuurders van een tram en van een lijnbus, die de richting volgen waarop het licht betrekking heeft.
4. De tram/buslichten gelden tevens voor bestuurders van voertuigen, niet zijnde een lijnbus, die een busbaan of een busstrook gebruiken waarop het licht betrekking heeft.
a. wit licht of wit knipperlicht: doorgaan;
b. geel licht: stop; voor bestuurders die het licht zo dicht genaderd zijn dat stoppen redelijkerwijs niet meer mogelijk is: doorgaan;
c. rood licht: stop.
2. Het witte licht en het witte knipperlicht gelden slechts voor de aangegeven richtingen.
3. De tram/buslichten gelden voor bestuurders van een tram en van een lijnbus, die de richting volgen waarop het licht betrekking heeft.
4. De tram/buslichten gelden tevens voor bestuurders van voertuigen, niet zijnde een lijnbus, die een busbaan of een busstrook gebruiken waarop het licht betrekking heeft.