BWBR0004804
Geldig vanaf 1990-07-01
Artikel 9
Privacyreglement JUFAR raden voor de kinderbescherming
1. Rechtstreekse toegang tot de registratie en zelfstandige raadpleging van de daarin opgenomen persoonsgegevens is, voor zover nodig voor de uitoefening van hun taak en met inachtneming van het doel waarvoor de gegevens zijn verzameld, voorbehouden aan:
a. de secretaris en de plaatsvervangend secretaris van de raad
b. het hoofd van de administratie
c. het hoofd van de afdeling boekhouding en diens plaatsvervanger
d. de door het hoofd van de afdeling boekhouding aangewezen ambtenaren van de afdeling boekhouding.
2. Tevens hebben toegang tot de registratie de door de minister van Justitie daartoe met inachtneming van het bepaalde in artikel 11 en artikel 18, derde lid, van de Wet persoonsregistraties aangewezen personen.
3. De in het eerste lid bedoelde personen hebben slechts toegang tot het in de desbetreffende autorisatiebeschikking aangegeven deel van de registratie.
a. de secretaris en de plaatsvervangend secretaris van de raad
b. het hoofd van de administratie
c. het hoofd van de afdeling boekhouding en diens plaatsvervanger
d. de door het hoofd van de afdeling boekhouding aangewezen ambtenaren van de afdeling boekhouding.
2. Tevens hebben toegang tot de registratie de door de minister van Justitie daartoe met inachtneming van het bepaalde in artikel 11 en artikel 18, derde lid, van de Wet persoonsregistraties aangewezen personen.
3. De in het eerste lid bedoelde personen hebben slechts toegang tot het in de desbetreffende autorisatiebeschikking aangegeven deel van de registratie.