BWBR0004804
Geldig vanaf 1990-07-01
Artikel 10
Privacyreglement JUFAR raden voor de kinderbescherming
1. Uit de registratie worden voor zover zulks voorvloeit uit het doel van de registratie, wordt vereist ingevolge een wettelijk voorschrift of geschiedt met toestemming van de geregistreerde, gegevens verstrekt aan:
a. de minister van justitie;
b. instellingen met een taak op het gebied van betalingsverkeer, indien de verstrekking nodig is voor het verrichten of ontvangen van betalingen welke samenhangen met de inning of bestemming van bijdragen ten behoeve van minderjarigen en jong meerderjarigen;
c. andere raden voor de kinderbescherming;
d. de ambtenaren van de raad, die ingevolge hun taak die gegevens mogen ontvangen.
2. Aan andere personen of instanties met een publiekrechtelijke taak kunnen desgevraagd gegevens worden verstrekt, voor zover zij die gegevens behoeven voor de uitvoering van hun taak en de persoonlijke levenssfeer van de geregistreerden daardoor niet onevenredig wordt geschaad.
3. De verstrekking blijft achterwege voor zover uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift geheimhouding geboden is.
4. Verstrekking van persoonsgegevens aan andere dan in het eerste en tweede lid bedoelde personen, ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek, kan alleen plaatsvinden nadat daartoe schriftelijke toestemming is verkregen van de minister van Justitie en met inachtneming van de door deze gestelde voorwaarden.
5. Van elke verstrekking van gegevens aan de in het eerste lid, onder a, b, en c, dan wel aan de in het tweede lid bedoelde personen of instanties wordt deugdelijk aantekening gehouden.
a. de minister van justitie;
b. instellingen met een taak op het gebied van betalingsverkeer, indien de verstrekking nodig is voor het verrichten of ontvangen van betalingen welke samenhangen met de inning of bestemming van bijdragen ten behoeve van minderjarigen en jong meerderjarigen;
c. andere raden voor de kinderbescherming;
d. de ambtenaren van de raad, die ingevolge hun taak die gegevens mogen ontvangen.
2. Aan andere personen of instanties met een publiekrechtelijke taak kunnen desgevraagd gegevens worden verstrekt, voor zover zij die gegevens behoeven voor de uitvoering van hun taak en de persoonlijke levenssfeer van de geregistreerden daardoor niet onevenredig wordt geschaad.
3. De verstrekking blijft achterwege voor zover uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift geheimhouding geboden is.
4. Verstrekking van persoonsgegevens aan andere dan in het eerste en tweede lid bedoelde personen, ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek, kan alleen plaatsvinden nadat daartoe schriftelijke toestemming is verkregen van de minister van Justitie en met inachtneming van de door deze gestelde voorwaarden.
5. Van elke verstrekking van gegevens aan de in het eerste lid, onder a, b, en c, dan wel aan de in het tweede lid bedoelde personen of instanties wordt deugdelijk aantekening gehouden.