BWBR0004803
Geldig vanaf 1990-07-01
Artikel 11
Privacyreglement financiële pupillenadministratie
1. De geregistreerde of – indien deze de leeftijd van zestien jaren nog niet heeft bereikt dan wel onder curatele is gesteld – diens wettelijke vertegenwoordiger, kan de houder verzoeken hem mede te delen of en zo ja welke op de geregistreerde betrekking hebbende persoonsgegevens zijn opgenomen.
2. Een zodanig verzoek dient schriftelijk te worden gericht aan het ministerie van Justitie, Directie Jeugdbescherming en Reclassering, onder vermelding van geslachtsnaam, voorna(a)m(en) en geboortedatum.
3. Bij het verzoek om kennisneming van opgenomen gegevens kan verzoeker de houder tevens vragen de herkomst van de opgenomen gegevens mede te delen.
4. Voordat aan het verzoek wordt voldaan dient verzoeker zich ter vaststelling van zijn identiteit te legitimeren, door overlegging van een geldig legitimatiebewijs of een afschrift daarvan.
5. De houder beantwoordt het verzoek binnen een maand na ontvangst door middel van een schriftelijke mededeling, met de nodige toelichting.
6. Een verzoek om kennisneming van opgenomen gegevens wordt ingevolge artikel 30 van de Wet persoonsregistraties geweigerd indien dit noodzakelijk is om de persoonlijke levenssfeer van een ander te beschermen.
7. Een weigering op het verzoek wordt door de houder met redenen omkleed. Hierbij wordt aangegeven waar, op welke wijze en tegen welke kosten tegen de beslissing van de houder kan worden opgekomen.
2. Een zodanig verzoek dient schriftelijk te worden gericht aan het ministerie van Justitie, Directie Jeugdbescherming en Reclassering, onder vermelding van geslachtsnaam, voorna(a)m(en) en geboortedatum.
3. Bij het verzoek om kennisneming van opgenomen gegevens kan verzoeker de houder tevens vragen de herkomst van de opgenomen gegevens mede te delen.
4. Voordat aan het verzoek wordt voldaan dient verzoeker zich ter vaststelling van zijn identiteit te legitimeren, door overlegging van een geldig legitimatiebewijs of een afschrift daarvan.
5. De houder beantwoordt het verzoek binnen een maand na ontvangst door middel van een schriftelijke mededeling, met de nodige toelichting.
6. Een verzoek om kennisneming van opgenomen gegevens wordt ingevolge artikel 30 van de Wet persoonsregistraties geweigerd indien dit noodzakelijk is om de persoonlijke levenssfeer van een ander te beschermen.
7. Een weigering op het verzoek wordt door de houder met redenen omkleed. Hierbij wordt aangegeven waar, op welke wijze en tegen welke kosten tegen de beslissing van de houder kan worden opgekomen.