BWBR0004803
Geldig vanaf 1990-07-01
Artikel 10
Privacyreglement financiële pupillenadministratie
1. Uit de registratie worden uitsluitend aan de volgende pesonen, instelling of instanties persoonsgegevens verstrekt:
a. binnen de organisatie: de sectormanager voogdij- en gezinsvoogdij-instellingen en de door hem aangewezen medewerkers van die sector;
het hoofd van de Hoofdafdeling Financieel Economische Zaken en de door hem aangewezen medewerkers van die Hoofdafdeling;
de sectormanager voogdij- en gezinsvoogdij-instellingen en de door hem aangewezen medewerkers van die sector;
het hoofd van de Hoofdafdeling Financieel Economische Zaken en de door hem aangewezen medewerkers van die Hoofdafdeling;
b. buiten de organisatie: de voogdij-instellingen, voor zover het betreft onder hun voogdij staande minderjarigen;
de gezinsvoogdij-instellingen, voor zover het betreft minderjarigen ten aanzien van wie de begeleiding aan de instelling is opgedragen;
de kinderrechters, voor zover het betreft minderjarigen die onder hun toezicht staan;
de raden voor de kinderbescherming, voor zover het aan hen toevertrouwde minderjarigen betreft.
de voogdij-instellingen, voor zover het betreft onder hun voogdij staande minderjarigen;
de gezinsvoogdij-instellingen, voor zover het betreft minderjarigen ten aanzien van wie de begeleiding aan de instelling is opgedragen;
de kinderrechters, voor zover het betreft minderjarigen die onder hun toezicht staan;
de raden voor de kinderbescherming, voor zover het aan hen toevertrouwde minderjarigen betreft.
2. Niet tot individuele personen herleidbare gegevens worden verstrekt:
a. binnen de organisatie: aan de afdeling beleidsinformatie van de Directie Jeugdbescherming en Reclassering;
b. buiten de organisatie: aan het Centraal Bureau voor de Statistiek.
3. Verstrekking van persoonsgegevens aan andere dan in het eerste lid bedoelde personen, instellingen en instanties, ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek kan alleen plaatsvinden nadat daartoe schriftelijke toestemming is verkregen van de minister van Justitie en met inachtneming van de door deze gestelde voorwaarden.
4. Van elke verstrekking van gegevens aan de in artikel 10, eerste lid, onder b, bedoelde personen, instanties of instellingen wordt deugdelijk aantekening gehouden.
a. binnen de organisatie: de sectormanager voogdij- en gezinsvoogdij-instellingen en de door hem aangewezen medewerkers van die sector;
het hoofd van de Hoofdafdeling Financieel Economische Zaken en de door hem aangewezen medewerkers van die Hoofdafdeling;
de sectormanager voogdij- en gezinsvoogdij-instellingen en de door hem aangewezen medewerkers van die sector;
het hoofd van de Hoofdafdeling Financieel Economische Zaken en de door hem aangewezen medewerkers van die Hoofdafdeling;
b. buiten de organisatie: de voogdij-instellingen, voor zover het betreft onder hun voogdij staande minderjarigen;
de gezinsvoogdij-instellingen, voor zover het betreft minderjarigen ten aanzien van wie de begeleiding aan de instelling is opgedragen;
de kinderrechters, voor zover het betreft minderjarigen die onder hun toezicht staan;
de raden voor de kinderbescherming, voor zover het aan hen toevertrouwde minderjarigen betreft.
de voogdij-instellingen, voor zover het betreft onder hun voogdij staande minderjarigen;
de gezinsvoogdij-instellingen, voor zover het betreft minderjarigen ten aanzien van wie de begeleiding aan de instelling is opgedragen;
de kinderrechters, voor zover het betreft minderjarigen die onder hun toezicht staan;
de raden voor de kinderbescherming, voor zover het aan hen toevertrouwde minderjarigen betreft.
2. Niet tot individuele personen herleidbare gegevens worden verstrekt:
a. binnen de organisatie: aan de afdeling beleidsinformatie van de Directie Jeugdbescherming en Reclassering;
b. buiten de organisatie: aan het Centraal Bureau voor de Statistiek.
3. Verstrekking van persoonsgegevens aan andere dan in het eerste lid bedoelde personen, instellingen en instanties, ten behoeve van wetenschappelijk onderzoek kan alleen plaatsvinden nadat daartoe schriftelijke toestemming is verkregen van de minister van Justitie en met inachtneming van de door deze gestelde voorwaarden.
4. Van elke verstrekking van gegevens aan de in artikel 10, eerste lid, onder b, bedoelde personen, instanties of instellingen wordt deugdelijk aantekening gehouden.