BWBR0004718
Geldig vanaf 1990-02-23
Artikel 9
Regeling afdracht aan fondsen ex artikel 44 Wet financiering volksverzekeringen
1. De opbrengsten van de gecombineerde heffing van de belasting en de premie voor de volksverzekeringen worden uitgesplitst in een voor de afdracht en voor de aanslag vastgesteld toedelingspercentage per belasting/premiejaar.
2. Voorafgaand aan het belasting/premiejaar worden in overleg tussen de beheerders van de fondsen en de Minister van Financiën voorlopige toedelings-percentages vastgesteld. De toedelings-percentages zullen worden gebaseerd op het kaspatroon dat op grond van de transactieramingen voor het desbetreffende belasting/premiejaar voor de onderscheiden kalenderjaren wordt verwacht. Indien in de loop van het belasting/premiejaar het percentage van de premie voor de volksverzekeringen dan wel het belastingtarief wordt gewijzigd, kan dit aanleiding zijn tot aanpassing van de voorlopige toedelingspercentages.
3. In het tweede jaar na afloop van het belasting/premiejaar wordt het toedelingspercentage voor de afdracht definitief vastgesteld. In het vierde jaar na afloop van het belasting/premiejaar wordt het toedelingspercentage voor de aanslag definitief vastgesteld.
De definitieve vaststelling vindt plaats op basis van de gerealiseerde belastingopbrengsten en kan leiden tot een correctie van de afdrachten aan de fondsen.
4. De opbrengsten van de gecombineerde heffing van de belasting en de premie voor de volksverzekeringen over enig belasting/premiejaar, die door de rijksbelastingdienst zijn geïnd na het jaar waarin de toedelingspercentages voor dit belasting/premiejaar definitief zijn vastgesteld, worden uitgesplitst op basis van dit per fonds voor de afdracht- en aanslagsfeer definitief vastgestelde toedelingspercentage.
5. De Minister van Financiën stelt met betrekking tot een bepaald belasting/premiejaar per fonds het verschil vast tussen de feitelijke premie opbrengsten, berekend berekend op grond van de in het derde lid bedoelde definitieve toedelingspercentages, en de reeds aan dit fonds afgedragen premie-opbrengsten, berekend op grond van de in het tweede lid van dit artikel bedoelde toedelingspercentages, en doet hiervan zo spoedig mogelijk na de vaststelling ervan mededeling aan de beheerder van dat fonds.
6. Het verschil, bedoeld in het vijfde lid, wordt door de Minister van Financiën per fonds met inachtneming van het bepaalde in artikel 5, vierde lid, respectievelijk artikel 5, vijfde lid, met de beheerder van dat fonds afgerekend.
2. Voorafgaand aan het belasting/premiejaar worden in overleg tussen de beheerders van de fondsen en de Minister van Financiën voorlopige toedelings-percentages vastgesteld. De toedelings-percentages zullen worden gebaseerd op het kaspatroon dat op grond van de transactieramingen voor het desbetreffende belasting/premiejaar voor de onderscheiden kalenderjaren wordt verwacht. Indien in de loop van het belasting/premiejaar het percentage van de premie voor de volksverzekeringen dan wel het belastingtarief wordt gewijzigd, kan dit aanleiding zijn tot aanpassing van de voorlopige toedelingspercentages.
3. In het tweede jaar na afloop van het belasting/premiejaar wordt het toedelingspercentage voor de afdracht definitief vastgesteld. In het vierde jaar na afloop van het belasting/premiejaar wordt het toedelingspercentage voor de aanslag definitief vastgesteld.
De definitieve vaststelling vindt plaats op basis van de gerealiseerde belastingopbrengsten en kan leiden tot een correctie van de afdrachten aan de fondsen.
4. De opbrengsten van de gecombineerde heffing van de belasting en de premie voor de volksverzekeringen over enig belasting/premiejaar, die door de rijksbelastingdienst zijn geïnd na het jaar waarin de toedelingspercentages voor dit belasting/premiejaar definitief zijn vastgesteld, worden uitgesplitst op basis van dit per fonds voor de afdracht- en aanslagsfeer definitief vastgestelde toedelingspercentage.
5. De Minister van Financiën stelt met betrekking tot een bepaald belasting/premiejaar per fonds het verschil vast tussen de feitelijke premie opbrengsten, berekend berekend op grond van de in het derde lid bedoelde definitieve toedelingspercentages, en de reeds aan dit fonds afgedragen premie-opbrengsten, berekend op grond van de in het tweede lid van dit artikel bedoelde toedelingspercentages, en doet hiervan zo spoedig mogelijk na de vaststelling ervan mededeling aan de beheerder van dat fonds.
6. Het verschil, bedoeld in het vijfde lid, wordt door de Minister van Financiën per fonds met inachtneming van het bepaalde in artikel 5, vierde lid, respectievelijk artikel 5, vijfde lid, met de beheerder van dat fonds afgerekend.