1. Het Ministerie van Financiën zal omstreeks het midden van elke maand een schatting verrichten van het in de tweede daarop volgende maand te ontvangen bedrag, bedoeld in artikel 3, onder a, en deze aan de beheerders van de fondsen mededelen. Het bedrag van deze schatting zal als grondslag dienen voor de over de desbetreffende maand te verrichten afdrachten, als bedoeld in het tweede lid van artikel 4.
2. Het Ministerie van Financiën zal het bedrag van het na afloop van een maand gebleken voor een fonds voordelig verschil tussen de crediteringen als bedoeld in artikel 3, onder a, en de debiteringen als bedoeld in artikel 3, onder b, zo spoedig mogelijk, op een in overleg met de beheerder van het desbetreffende fonds te bepalen datum, aan deze overmaken.
3. De beheerders van de fondsen zijn verplicht het bedrag van een na afloop van een maand gebleken nadelig verschil tussen de in het vorige lid genoemde crediteringen en debiteringen zo spoedig mogelijk, doch in elk geval uiterlijk 2 weken na de dag, waarop het desbetreffende fonds van het verschil in kennis is gesteld, terug te storten op de rekening van 's Rijks schatkist bij de Nederlandsche Bank N.V. te Amsterdam.
4. Het Ministerie van Financiën zal het bedrag van het voordelige verschil over enig belasting/premiejaar tussen de feitelijke premie-opbrengsten, berekend op grond van in artikel 9, derde lid, bedoelde onderzoek, en de reeds aan een desbetreffende fonds afgedragen premie-opbrengsten, berekend op grond van de in het artikel 9, tweede lid, bedoelde toedelingspercentages, zo spoedig mogelijk, op een in overleg met de beheerder van het desbetreffende fonds te bepalen datum aan deze overmaken.
5. De beheerders van de fondsen zijn verplicht het bedrag van het nadelig verschil, als bedoeld in artikel 9, vijfde lid, zo spoedig mogelijk, doch in elk geval uiterlijk 2 weken na de dag, waarop het desbetreffende fonds van het verschil in kennis is gesteld terug te storten op de rekening van 's Rijks schatkist bij de Nederlandse Bank N.V. te Amsterdam.