BWBR0004709
Geldig vanaf 1990-04-01
Artikel 2
Besluit melding nieuwe kennis milieugevaarlijke stoffen
1. Een melding van nieuwe kennis als bedoeld in artikel 20, eerste lid, van de wet is in ieder geval vereist indien op grond van deze nieuwe kennis de stof of het preparaat moet worden ingedeeld in één of meer van de categorieën, bedoeld in artikel 34, tweede lid, van de wet, met uitzondering van de categorie ontvlambaar.
2. Een melding als bedoeld in het eerste lid is niet vereist indien de stof of het preparaat reeds is ingedeeld in één of meer van de categorieën, bedoeld in artikel 34, tweede lid, onder atot en met d, en de nieuwe kennis er uitsluitend toe leidt dat de stof of het preparaat zou worden ingedeeld in die categorie of categorieën waarin deze reeds is ingedeeld.
3. Een melding als bedoeld in het eerste lid is niet vereist indien de nieuwe kennis er uitsluitend toe leidt dat aan de stof of het preparaat één of meer waarschuwingszinnen R20, R21, R22 of R36 of een combinatie van die waarschuwingszinnen zou worden toegekend.
4. Een melding als bedoeld in het eerste lid is niet vereist indien de stof of het preparaat reeds is ingedeeld in één of meer van de categorieën, bedoeld in artikel 34, tweede lid, onder ftot en met j, van de wet, en de nieuwe kennis er uitsluitend toe leidt dat
a. de stof of het preparaat zou worden ingedeeld in die categorie of categorieën waarin deze reeds was ingedeeld, en
b. aan de stof of het preparaat een of meer waarschuwingszinnen zouden worden toegekend die reeds aan de stof of het preparaat waren toegekend.
5. Het vierde lid is niet van toepassing indien op grond van de nieuwe kennis de waarschuwingszin R48 aan de stof of het preparaat moet worden toegekend.
6. Het eerste lid is niet van toepassing op kennis, welke door Onze Minister met het oog op toepassing van deze bepaling is aangewezen.
2. Een melding als bedoeld in het eerste lid is niet vereist indien de stof of het preparaat reeds is ingedeeld in één of meer van de categorieën, bedoeld in artikel 34, tweede lid, onder atot en met d, en de nieuwe kennis er uitsluitend toe leidt dat de stof of het preparaat zou worden ingedeeld in die categorie of categorieën waarin deze reeds is ingedeeld.
3. Een melding als bedoeld in het eerste lid is niet vereist indien de nieuwe kennis er uitsluitend toe leidt dat aan de stof of het preparaat één of meer waarschuwingszinnen R20, R21, R22 of R36 of een combinatie van die waarschuwingszinnen zou worden toegekend.
4. Een melding als bedoeld in het eerste lid is niet vereist indien de stof of het preparaat reeds is ingedeeld in één of meer van de categorieën, bedoeld in artikel 34, tweede lid, onder ftot en met j, van de wet, en de nieuwe kennis er uitsluitend toe leidt dat
a. de stof of het preparaat zou worden ingedeeld in die categorie of categorieën waarin deze reeds was ingedeeld, en
b. aan de stof of het preparaat een of meer waarschuwingszinnen zouden worden toegekend die reeds aan de stof of het preparaat waren toegekend.
5. Het vierde lid is niet van toepassing indien op grond van de nieuwe kennis de waarschuwingszin R48 aan de stof of het preparaat moet worden toegekend.
6. Het eerste lid is niet van toepassing op kennis, welke door Onze Minister met het oog op toepassing van deze bepaling is aangewezen.