BWBR0004679
Geldig vanaf 1990-01-01
Artikel 5
Regeling vergoeding pleeggezinnen
1. Op het basisbedrag worden de volgende bedragen die door de jeugdige worden ontvangen danwel waarop deze recht kan doen gelden, in mindering gebracht:
a. een bedrag gelijk aan het netto-maandinkomen, verminderd met 1/3 van het netto-maandinkomen indien het betreft een uitkering ingevolge de Werkloosheidswet, de Ziektewet of de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, danwel verminderd met 1/3 van het netto-maandinkomen indien het betreft een inkomen uit arbeid, tenzij het betreft een inkomen uit arbeid van een schoolgaande jeugdige van € 635,29 of minder op jaarbasis;
b. voor zover het inkomen, bedoeld onder a, bestaat uit een uitkering ingevolge de Wet op de Studiefinanciering, wordt het bedrag dat in verband hiermee in mindering wordt gebracht op het basisbedrag verminderd met dat deel van die uitkering dat volgens de normen van het Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen is bedoeld voor boeken, leermiddelen of onderwijsbijdrage, welk bedrag per opleiding kan verschillen en, tenzij de jeugdige (mede)verzekerd kan zijn op grond van de Ziekenfondswet of terzake van ziektekosten verzekerd is door zijn wettelijke vertegenwoordiger(s), met de te betalen premie voor een ten behoeve van de jeugdige gesloten verzekering tegen ziektekosten tot ten hoogste € 45,38 per maand.
2. Op het basisbedrag worden eveneens in mindering gebracht de bedragen die het pleeggezin terzake van de opvoeding en verzorging van de jeugdige heeft ontvangen dan wel waarop het pleeggezin recht kan doen gelden tenzij het betreft een tegemoetkoming op grond van de Regeling tegemoetkoming onderhoudskosten thuiswonende gehandicapte kinderen 2000.
a. een bedrag gelijk aan het netto-maandinkomen, verminderd met 1/3 van het netto-maandinkomen indien het betreft een uitkering ingevolge de Werkloosheidswet, de Ziektewet of de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, danwel verminderd met 1/3 van het netto-maandinkomen indien het betreft een inkomen uit arbeid, tenzij het betreft een inkomen uit arbeid van een schoolgaande jeugdige van € 635,29 of minder op jaarbasis;
b. voor zover het inkomen, bedoeld onder a, bestaat uit een uitkering ingevolge de Wet op de Studiefinanciering, wordt het bedrag dat in verband hiermee in mindering wordt gebracht op het basisbedrag verminderd met dat deel van die uitkering dat volgens de normen van het Ministerie van Onderwijs en Wetenschappen is bedoeld voor boeken, leermiddelen of onderwijsbijdrage, welk bedrag per opleiding kan verschillen en, tenzij de jeugdige (mede)verzekerd kan zijn op grond van de Ziekenfondswet of terzake van ziektekosten verzekerd is door zijn wettelijke vertegenwoordiger(s), met de te betalen premie voor een ten behoeve van de jeugdige gesloten verzekering tegen ziektekosten tot ten hoogste € 45,38 per maand.
2. Op het basisbedrag worden eveneens in mindering gebracht de bedragen die het pleeggezin terzake van de opvoeding en verzorging van de jeugdige heeft ontvangen dan wel waarop het pleeggezin recht kan doen gelden tenzij het betreft een tegemoetkoming op grond van de Regeling tegemoetkoming onderhoudskosten thuiswonende gehandicapte kinderen 2000.