BWBR0004652
Geldig vanaf 1989-12-23
Artikel 6
Warenwetbesluit Zoetstoffen
1. De in de bijlagevoor de desbetreffende zoetstof aangegeven aanduiding mag uitsluitend en moet worden gebezigd voor de zoetstof waaraan die aanduiding is voorbehouden.
2. Indien zoetstof zich bevindt in een verpakking die bestemd of geschikt is om aan de eindverbruiker te worden afgeleverd, moet deze de vermelding "tafelzoetstof op basis van ..." bevatten, gevolgd door de in het eerste lid bedoelde aanduiding of aanduidingen van de terzake gebruikte zoetstoffen.
3. Indien aspartaam ingrediënt van een eet- of drinkwaar is, wordt de vermelding «bevat een bron van fenylalanine» gebezigd.
4. Bij tafelzoetstoffen, bedoeld in het tweede lid, worden de volgende vermeldingen gebezigd:
a. "overmatig gebruik kan een laxerend effect hebben", voor zover de waar polyolen bevat;
b. "bevat een bron van fenylalanine", voor zover de waar aspartaam of het zout van aspartaam en acesulfaam bevat.
5. Indien het gehalte aan polyolen in eet- of drinkwaar, niet zijnde tafelzoetstoffen, meer is dan 10%, wordt de vermelding "overmatig gebruik kan een laxerend effect hebben" gebezigd.
6. Onze Minister kan nadere regels vaststellen met betrekking tot bij de verhandeling te bezigen vermeldingen, teneinde een juist en veilig gebruik van de desbetreffende zoetstof mogelijk te maken.
7. In een winkel, op een markt of in enige andere voor het publiek toegankelijke verkoopplaats moeten voor zoetstoffen, indien zij zich niet bevinden in een verpakking bestemd of geschikt om met de inhoud aan de eindverbruiker te worden afgeleverd, of niet zijn verpakt,
de in het eerste lid bedoelde aanduiding en de in het tweede lid bedoelde vermelding voor de koper duidelijk zichtbaar en gemakkelijk leesbaar zijn aangebracht op of in de onmiddellijke nabijheid van de waar.
2. Indien zoetstof zich bevindt in een verpakking die bestemd of geschikt is om aan de eindverbruiker te worden afgeleverd, moet deze de vermelding "tafelzoetstof op basis van ..." bevatten, gevolgd door de in het eerste lid bedoelde aanduiding of aanduidingen van de terzake gebruikte zoetstoffen.
3. Indien aspartaam ingrediënt van een eet- of drinkwaar is, wordt de vermelding «bevat een bron van fenylalanine» gebezigd.
4. Bij tafelzoetstoffen, bedoeld in het tweede lid, worden de volgende vermeldingen gebezigd:
a. "overmatig gebruik kan een laxerend effect hebben", voor zover de waar polyolen bevat;
b. "bevat een bron van fenylalanine", voor zover de waar aspartaam of het zout van aspartaam en acesulfaam bevat.
5. Indien het gehalte aan polyolen in eet- of drinkwaar, niet zijnde tafelzoetstoffen, meer is dan 10%, wordt de vermelding "overmatig gebruik kan een laxerend effect hebben" gebezigd.
6. Onze Minister kan nadere regels vaststellen met betrekking tot bij de verhandeling te bezigen vermeldingen, teneinde een juist en veilig gebruik van de desbetreffende zoetstof mogelijk te maken.
7. In een winkel, op een markt of in enige andere voor het publiek toegankelijke verkoopplaats moeten voor zoetstoffen, indien zij zich niet bevinden in een verpakking bestemd of geschikt om met de inhoud aan de eindverbruiker te worden afgeleverd, of niet zijn verpakt,
de in het eerste lid bedoelde aanduiding en de in het tweede lid bedoelde vermelding voor de koper duidelijk zichtbaar en gemakkelijk leesbaar zijn aangebracht op of in de onmiddellijke nabijheid van de waar.