BWBR0004652
Geldig vanaf 1989-12-23
Artikel 4
Warenwetbesluit Zoetstoffen
1. Onze Minister kan in overeenstemming met Onze Minister van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij categorieën eet- en drinkwaren aanwijzen waarin zoetstoffen aanwezig mogen zijn onderscheidenlijk waaraan zoetstoffen mogen worden toegevoegd, en de desbetreffende ten hoogste toegelaten hoeveelheden daarvan vaststellen.
2. Zoetstoffen mogen niet in andere dan de krachtens het eerste lid aangewezen eet- of drinkwaren aanwezig zijn, en daarin uitsluitend aanwezig zijn voor zover die waren tengevolge van het gebruik van zoetstoffen:
a. een verlaagde energiewaarde bezitten;
b. zonder cariogeen effect zijn;
c. zonder toegevoegde suikers zijn en een verlengde houdbaarheid hebben verkregen door de vervanging van suikers door zoetstof; of
d. een dieetvoedingsmiddel zijn.
3. Zoetstoffen worden niet toegevoegd aan eet- en drinkwaren bestemd voor zuigelingen, peuters of kleuters.
2. Zoetstoffen mogen niet in andere dan de krachtens het eerste lid aangewezen eet- of drinkwaren aanwezig zijn, en daarin uitsluitend aanwezig zijn voor zover die waren tengevolge van het gebruik van zoetstoffen:
a. een verlaagde energiewaarde bezitten;
b. zonder cariogeen effect zijn;
c. zonder toegevoegde suikers zijn en een verlengde houdbaarheid hebben verkregen door de vervanging van suikers door zoetstof; of
d. een dieetvoedingsmiddel zijn.
3. Zoetstoffen worden niet toegevoegd aan eet- en drinkwaren bestemd voor zuigelingen, peuters of kleuters.