BWBR0004512
Geldig vanaf 1989-05-01
Artikel 3
Erkenningsregeling ijkbevoegden
1. Degene die de keuringen feitelijk zal gaan verrichten dient te beschikken over zodanige technische kennis en ervaring en voldoende kennis van de bij of krachtens de wet gegeven voorschriften dat hij de keuringen waarop de aanvraag betrekking heeft naar behoren kan uitvoeren.
2. In elk geval wordt aan de in het eerste lid genoemde vereisten voldaan, indien degene die de keuringen feitelijk zal gaan verrichten ten overstaan van de ijkinstelling een proeve van bekwaamheid en kennis met positief resultaat heeft afgelegd.
3. De in het tweede lid bedoelde proeve omvat, naar gelang de keuringen waarop de aanvraag betrekking heeft, het testen van kennis van en ervaring met:
a. principes van inhoudsvinding, lengtemeting of massabepaling, hiërarchie in niveaus van keuren, nauwkeurigheid en foutenleer, fysische eigenschappen en omgevingscondities;
b. bij of krachtens de wet gegeven voorschriften;
c. relevante meetmethoden en meetmiddelen;
d. mechanica, informatica, elektronica en hulpapparatuur.
4. De aanvrager dient voorzieningen te hebben getroffen die waarborgen dat diegenen die de keuringen feitelijk verrichten, te allen tijde op de hoogte zijn van de bij of krachtens de wet gegeven voorschriften ter zake van de keuringen waarop de aanvraag betrekking heeft.
2. In elk geval wordt aan de in het eerste lid genoemde vereisten voldaan, indien degene die de keuringen feitelijk zal gaan verrichten ten overstaan van de ijkinstelling een proeve van bekwaamheid en kennis met positief resultaat heeft afgelegd.
3. De in het tweede lid bedoelde proeve omvat, naar gelang de keuringen waarop de aanvraag betrekking heeft, het testen van kennis van en ervaring met:
a. principes van inhoudsvinding, lengtemeting of massabepaling, hiërarchie in niveaus van keuren, nauwkeurigheid en foutenleer, fysische eigenschappen en omgevingscondities;
b. bij of krachtens de wet gegeven voorschriften;
c. relevante meetmethoden en meetmiddelen;
d. mechanica, informatica, elektronica en hulpapparatuur.
4. De aanvrager dient voorzieningen te hebben getroffen die waarborgen dat diegenen die de keuringen feitelijk verrichten, te allen tijde op de hoogte zijn van de bij of krachtens de wet gegeven voorschriften ter zake van de keuringen waarop de aanvraag betrekking heeft.