1. Een aanvrager die een erkenning als ijkbevoegde aanvraagt, uitsluitend ten einde vervolgens als ‘aangewezen instantie’ als bedoeld in
artikel 8, tweede lid, van het EEG-IJkbesluit niet-automatische weegwerktuigente kunnen worden aangewezen, behoeft niet te voldoen aan de artikelen 2 tot en met 4, maar moet voldoen aan de in bijlage V van de richtlijn vastgestelde voorwaarden, dan wel aan de geharmoniseerde normen, bedoeld in artikel 9, tweede lid, van de richtlijn.
2. Het in
artikel 6, tweede lid, onderdeel a. van het EEG-ijkbesluit niet-automatische weegwerktuigenbedoelde EG-type-onderzoek wordt aangewezen als gelijkwaardig aan het onderzoek, bedoeld in
artikel 11a van de wet.