BWBR0005827
Geldig vanaf 1993-01-13
Artikel 8
EEG-IJkbesluit niet-automatische weegwerktuigen
1. De ijkinstelling is bevoegd tot het verrichten van de taken die in het kader van de in artikel 6, tweede lid, bedoelde procedures zijn opgedragen aan een "aangewezen instantie" als bedoeld in bijlage II van de richtlijn.
2. De ijkinstelling kan ijkbevoegden aanwijzen als "aangewezen instantie" als bedoeld in bijlage II van de richtlijn om taken te verrichten in verband met de in artikel 6, tweede lid, bedoelde procedures. Voor een aanwijzing komen in aanmerking ijkbevoegden die ten minste voldoen aan de in bijlage V van de richtlijn vastgestelde voorwaarden. IJkbevoegden die voldoen aan de geharmoniseerde normen, bedoeld in artikel 9, tweede lid, van de richtlijn, worden geacht aan deze voorwaarden te voldoen.
3. De ijkinstelling trekt een aanwijzing als bedoeld in het tweede lid in ieder geval in, indien de betrokken ijkbevoegde:
a. niet langer voldoet aan de in het tweede lid bedoelde voorwaarden;
b. niet voldoet aan de in het kader van de in artikel 6, tweede lid, bedoelde procedures op hem rustende verplichtingen.
4. Als "aangewezen instantie" als bedoeld in het eerste en tweede lid worden mede aangemerkt instanties die door andere lid-staten van de Europese Unie alsmede andere staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte bij de Commissie van de Europese Gemeenschappen zijn aangemeld en waarvan de namen door de Commissie zijn gepubliceerd in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.
2. De ijkinstelling kan ijkbevoegden aanwijzen als "aangewezen instantie" als bedoeld in bijlage II van de richtlijn om taken te verrichten in verband met de in artikel 6, tweede lid, bedoelde procedures. Voor een aanwijzing komen in aanmerking ijkbevoegden die ten minste voldoen aan de in bijlage V van de richtlijn vastgestelde voorwaarden. IJkbevoegden die voldoen aan de geharmoniseerde normen, bedoeld in artikel 9, tweede lid, van de richtlijn, worden geacht aan deze voorwaarden te voldoen.
3. De ijkinstelling trekt een aanwijzing als bedoeld in het tweede lid in ieder geval in, indien de betrokken ijkbevoegde:
a. niet langer voldoet aan de in het tweede lid bedoelde voorwaarden;
b. niet voldoet aan de in het kader van de in artikel 6, tweede lid, bedoelde procedures op hem rustende verplichtingen.
4. Als "aangewezen instantie" als bedoeld in het eerste en tweede lid worden mede aangemerkt instanties die door andere lid-staten van de Europese Unie alsmede andere staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte bij de Commissie van de Europese Gemeenschappen zijn aangemeld en waarvan de namen door de Commissie zijn gepubliceerd in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen.