BWBR0004507
Geldig vanaf 1989-03-16
Artikel 8
Subsidieregeling branchegewijze informaticastimulering
1. De minister beslist aan de hand van de overgelegde gegevens op een verzoek om vaststelling van het subsidiebedrag als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder b. Daarbij neemt hij slechts gemaakte en betaalde kosten in aanmerking. Hij stelt het subsidiebedrag niet hoger vast dan de in artikel 6, derde lid, bedoelde raming.
2. De beslissing wordt binnen zes maanden na de indiening van het verzoek genomen en schriftelijk medegedeeld. Deze termijn kan bij schriftelijke mededeling eenmaal met ten hoogste twee maanden worden verlengd.
3. De minister neemt geen beslissing vanaf het moment waarop een verzoek tot verlening van surséance van betaling aan of faillietverklaring van de brancheorganisatie bij de rechtbank is ingediend totdat op het verzoek afwijzend is beslist of totdat een maand na de intrekking van de surséance is verstreken. Gedurende deze periode worden de termijnen bedoeld in het vorige lid geschorst.
4. De minister beslist afwijzend op een tijdig ingediend verzoek:
a. indien de brancheorganisatie niet heeft voldaan aan de bij of krachtens artikel 6 gestelde voorwaarden;
b. indien de brancheorganisatie failliet is verklaard;
c. indien de brancheorganisatie zodanig onjuiste of onvolledige informatie heeft verschaft, dat de minister bij de beslissing op de aanvraag een andere beslissing zou hebben genomen indien de juiste gegevens volledig waren verschaft.
5. Artikel 4, vijfde tot en met zevende lid, is van overeenkomstige toepassing.
2. De beslissing wordt binnen zes maanden na de indiening van het verzoek genomen en schriftelijk medegedeeld. Deze termijn kan bij schriftelijke mededeling eenmaal met ten hoogste twee maanden worden verlengd.
3. De minister neemt geen beslissing vanaf het moment waarop een verzoek tot verlening van surséance van betaling aan of faillietverklaring van de brancheorganisatie bij de rechtbank is ingediend totdat op het verzoek afwijzend is beslist of totdat een maand na de intrekking van de surséance is verstreken. Gedurende deze periode worden de termijnen bedoeld in het vorige lid geschorst.
4. De minister beslist afwijzend op een tijdig ingediend verzoek:
a. indien de brancheorganisatie niet heeft voldaan aan de bij of krachtens artikel 6 gestelde voorwaarden;
b. indien de brancheorganisatie failliet is verklaard;
c. indien de brancheorganisatie zodanig onjuiste of onvolledige informatie heeft verschaft, dat de minister bij de beslissing op de aanvraag een andere beslissing zou hebben genomen indien de juiste gegevens volledig waren verschaft.
5. Artikel 4, vijfde tot en met zevende lid, is van overeenkomstige toepassing.