BWBR0004507
Geldig vanaf 1989-03-16
Artikel 4
Subsidieregeling branchegewijze informaticastimulering
1. De minister wint omtrent een aanvraag om subsidie het advies in van de Commissie. Hij geleidt de aanvraag daartoe onverwijld, na daarop de datum van ontvangst te hebben aangetekend, door naar de Commissie.
2. De Commissie brengt haar advies uit binnen twee maanden nadat de aanvraag om subsidie bij de minister is ingediend.
3. De minister kan de termijn waarbinnen de Commissie advies zal uitbrengen niet ten hoogste twee maanden verlengen.
4. De Commissie kan ten behoeve van het door haar uit te brengen advies nadere gegevens van de brancheorganisatie verlangen, alsmede advies van derden inwinnen.
5. De minister kan, alvorens op de aanvraag te beslissen, advies van derden inwinnen alsmede binnen een door hem te stellen termijn nadere gegevens van de brancheorganisatie verlangen.
6. De minister en de Commissie kunnen voorts van de brancheorganisatie verlangen dat door de minister of de Commissie aangewezen personen toegang wordt verleend tot alle plaatsen, niet zijnde woningen, waarvan zij het betreden voor de goede uitvoering van deze regeling noodzakelijk achten.
7. De minister wijst de aanvraag af indien aan het verlangen bedoeld in de vorige leden niet wordt voldaan.
2. De Commissie brengt haar advies uit binnen twee maanden nadat de aanvraag om subsidie bij de minister is ingediend.
3. De minister kan de termijn waarbinnen de Commissie advies zal uitbrengen niet ten hoogste twee maanden verlengen.
4. De Commissie kan ten behoeve van het door haar uit te brengen advies nadere gegevens van de brancheorganisatie verlangen, alsmede advies van derden inwinnen.
5. De minister kan, alvorens op de aanvraag te beslissen, advies van derden inwinnen alsmede binnen een door hem te stellen termijn nadere gegevens van de brancheorganisatie verlangen.
6. De minister en de Commissie kunnen voorts van de brancheorganisatie verlangen dat door de minister of de Commissie aangewezen personen toegang wordt verleend tot alle plaatsen, niet zijnde woningen, waarvan zij het betreden voor de goede uitvoering van deze regeling noodzakelijk achten.
7. De minister wijst de aanvraag af indien aan het verlangen bedoeld in de vorige leden niet wordt voldaan.