BWBR0004441
Geldig vanaf 1989-08-01
Artikel 5
Regeling ter verbetering van de vakbekwaamheid van in de landbouw werkzame personen
De bijdrage aan de in artikel 2, tweede lid onder a, bedoelde instellingen bestaat uit:
a. een vergoeding volgens door de minister vast te stellen normen van de kosten van de cursussen ter zake van: 1º. de organisatie en de administratie;
2º. de reiskosten van de leerkrachten;
3º. de leermiddelen, voor zover deze verbruiksmaterialen zijn en niet het eigendom van de cursisten worden;
4º. de huur van cursuslokalen, indien het niet mogelijk is, dat overeenkomstig het bepaalde onder c lesruimten in land- of tuinbouwscholen beschikbaar worden gesteld;
1º. de organisatie en de administratie;
2º. de reiskosten van de leerkrachten;
3º. de leermiddelen, voor zover deze verbruiksmaterialen zijn en niet het eigendom van de cursisten worden;
4º. de huur van cursuslokalen, indien het niet mogelijk is, dat overeenkomstig het bepaalde onder c lesruimten in land- of tuinbouwscholen beschikbaar worden gesteld;
b. een door de minister vastgestelde honorering van de leerkrachten;
Daarnaast kan de minister beschikbaar stellen:
lesruimten in land- of tuinbouwscholen voor de huisvesting van de cursussen;
duurzame leermiddelen, voor zover deze in de onder het eerste gedachtenstreeepje bedoelde scholen aanwezig zijn en in bezit van deze scholen blijven.
a. een vergoeding volgens door de minister vast te stellen normen van de kosten van de cursussen ter zake van: 1º. de organisatie en de administratie;
2º. de reiskosten van de leerkrachten;
3º. de leermiddelen, voor zover deze verbruiksmaterialen zijn en niet het eigendom van de cursisten worden;
4º. de huur van cursuslokalen, indien het niet mogelijk is, dat overeenkomstig het bepaalde onder c lesruimten in land- of tuinbouwscholen beschikbaar worden gesteld;
1º. de organisatie en de administratie;
2º. de reiskosten van de leerkrachten;
3º. de leermiddelen, voor zover deze verbruiksmaterialen zijn en niet het eigendom van de cursisten worden;
4º. de huur van cursuslokalen, indien het niet mogelijk is, dat overeenkomstig het bepaalde onder c lesruimten in land- of tuinbouwscholen beschikbaar worden gesteld;
b. een door de minister vastgestelde honorering van de leerkrachten;
Daarnaast kan de minister beschikbaar stellen:
lesruimten in land- of tuinbouwscholen voor de huisvesting van de cursussen;
duurzame leermiddelen, voor zover deze in de onder het eerste gedachtenstreeepje bedoelde scholen aanwezig zijn en in bezit van deze scholen blijven.