1. Voor zover de in artikel 2, eerste lid, bedoelde cursussen erop gericht zijn de in artikel 2, tweede lid, onderdeel bbedoelde personen in staat te stellen nieuwe vakbekwaamheid te verwerven dan wel de vakbekwaamheid, die zij reeds bezitten te verbeteren of aan te vullen, bieden deze cursussen de mogelijkheden voor:
a. het volgen van tweede kans-onderwijs in de vorm van de Algemene Landbouwcursus of de Algemene Tuinbouwcursus, aangevuld met de basiscursus Economie;
b. het behouden en verbeteren van de noodzakelijke beroepskwalificatie om in een van de agrarische produktiesectoren als ondernemer, bedrijfsleider of medewerker te kunnen functioneren dan wel te kunnen blijven functioneren en zich aan nieuwe ontwikkelingen te kunnen aanpassen door het volgen van vakgebiedscursusen op het niveau van het middelbaar agrarisch onderwijs en
c. het aanbrengen en vergroten van economische kennis en vaardigheiden om het uitoefenen van de ondernemers- of de bedrijfsleidersfunctie te verbeteren en dit aan nieuwe ontwikkelingen aan te passen door het volgen van bedrijfsvoeringscursusen op het niveau van het middelbaar agrarisch onderwijs.
2. Een volledige cursuscyclus voor verbetering van de vakbekwaamheid bestaat uit een cursus of een samenhangend geheel van cursussen van minimaal tachtig uur waarvan, indien een cursuscyclus gericht is op handvaardigheid dan wel vakvaardigheid, minimaal tien uur gewijd zijn aan algemeen landbouwkundige en economische onderwerpen.