BWBR0004415
Geldig vanaf 1988-01-01
Artikel 4
Tijdelijke bijdrageregeling provinciale bevordering van beeldende kunst
De bijdrage wordt slechts verleend onder de voorwaarde dat:
a. de provincie de bijdrage besteedt aan het doel als omschreven in artikel 2;
b. de provincie bij het nemen van beslissingen met betrekking tot voorzieningen als bedoeld in artikel 2 zich uitsluitend laat leiden door een beoordeling van artistieke kwalitkeit, waartoe zij zich laat adviseren door onafhankelijke deskundigen;
c. de deskundigen als bedoeld onder b geen directe of indirecte inkomsten in het kader van deze regeling ontvangen anders dan een vergoeding voor de door hen als zodanig bewezen diensten;
d. de provincie binnen negen maanden na het jaar waarin de bijdrage is verstrekt een verklaring van een deskundige als bedoeld in artikel 144 van de Provinciewet aan Onze minister overlegt, inhoudende dat bij de gehouden controle van de administratie over het afgelopen jaar is gebleken dat de ontvangen bijdrage in dat jaar is besteed aan kosten als bedoeld in de artikelen 2 en 5;
e. de provincie binnen zes maanden na het jaar waarin de bijdrage is uitgekeerd een verslag betreffende de uitvoering van dit besluit aan Onze minister overlegt, waarbij tevens inzicht wordt verstrekt in het totaal van de bekostiging van beeldende kunstvoorzieningen door de provincie.
a. de provincie de bijdrage besteedt aan het doel als omschreven in artikel 2;
b. de provincie bij het nemen van beslissingen met betrekking tot voorzieningen als bedoeld in artikel 2 zich uitsluitend laat leiden door een beoordeling van artistieke kwalitkeit, waartoe zij zich laat adviseren door onafhankelijke deskundigen;
c. de deskundigen als bedoeld onder b geen directe of indirecte inkomsten in het kader van deze regeling ontvangen anders dan een vergoeding voor de door hen als zodanig bewezen diensten;
d. de provincie binnen negen maanden na het jaar waarin de bijdrage is verstrekt een verklaring van een deskundige als bedoeld in artikel 144 van de Provinciewet aan Onze minister overlegt, inhoudende dat bij de gehouden controle van de administratie over het afgelopen jaar is gebleken dat de ontvangen bijdrage in dat jaar is besteed aan kosten als bedoeld in de artikelen 2 en 5;
e. de provincie binnen zes maanden na het jaar waarin de bijdrage is uitgekeerd een verslag betreffende de uitvoering van dit besluit aan Onze minister overlegt, waarbij tevens inzicht wordt verstrekt in het totaal van de bekostiging van beeldende kunstvoorzieningen door de provincie.