BWBR0004415
Geldig vanaf 1988-01-01
Artikel 3
Tijdelijke bijdrageregeling provinciale bevordering van beeldende kunst
1. De bijdrage wordt berekend door vermenigvuldiging van het inwonertal met een jaarlijks door Onze minister vast te stellen bedrag per inwoner. Dit bedrag bedraagt voor het jaar 1988 f 1,57 per inwoner.
2. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid wordt de bijdrage aan de provincies Utrecht, Noord-Holland en Zuid-Holland berekend door het inwonertal van de desbetreffende provincie te verminderen met het aantal inwoners van de gemeente Utrecht, Amsterdam, 's-Gravenhage en Rotterdam, voorzover in die provincie gelegen, en het aldus verkregen aantal inwoners te vermenigvuldigen met het bedrag per inwoner bedoeld in het eerste lid.
3. De bijdrage wordt telkenjare uiterlijk in de maand juli verstrekt.
2. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid wordt de bijdrage aan de provincies Utrecht, Noord-Holland en Zuid-Holland berekend door het inwonertal van de desbetreffende provincie te verminderen met het aantal inwoners van de gemeente Utrecht, Amsterdam, 's-Gravenhage en Rotterdam, voorzover in die provincie gelegen, en het aldus verkregen aantal inwoners te vermenigvuldigen met het bedrag per inwoner bedoeld in het eerste lid.
3. De bijdrage wordt telkenjare uiterlijk in de maand juli verstrekt.