BWBR0004407
Geldig vanaf 1988-10-01
Artikel 3
Nadere regeling inrichting opleidingen tuin- en landschapsarchitecten
Aan het bepaalde in artikel 2wordt in elk geval voldaan door degene die in het bezit is van een van de volgende getuigschriften:
a. het getuigschrift van het met goed gevolg afgelegd doctoraal examen aan de Landbouwuniversiteit te Wageningen in de landschapsarchitectuur omvattende de oriëntaties: 1º landschapsarchitectuur urbaan
2º landschapsarchitectuur ruraal of
3º landschapsarchitectuur in de niet gematigde klimaten:
1º landschapsarchitectuur urbaan
2º landschapsarchitectuur ruraal of
3º landschapsarchitectuur in de niet gematigde klimaten:
b. het getuigschrift van het met goed gevolg afgelegd doctoraal examen aan de Landbouwuniversiteit te Wageningen in de landschapsarchitectuur: NM 20 of L 11; of
c. het getuigschrift van het met goed gevolg afgelegd examen, verbonden aan de opleiding van de tweede fase, opleiding voor beroepen op het terrein van landschapsarchitectuur, afgegeven aan de Academie van Bouwkunst te Amsterdam.
a. het getuigschrift van het met goed gevolg afgelegd doctoraal examen aan de Landbouwuniversiteit te Wageningen in de landschapsarchitectuur omvattende de oriëntaties: 1º landschapsarchitectuur urbaan
2º landschapsarchitectuur ruraal of
3º landschapsarchitectuur in de niet gematigde klimaten:
1º landschapsarchitectuur urbaan
2º landschapsarchitectuur ruraal of
3º landschapsarchitectuur in de niet gematigde klimaten:
b. het getuigschrift van het met goed gevolg afgelegd doctoraal examen aan de Landbouwuniversiteit te Wageningen in de landschapsarchitectuur: NM 20 of L 11; of
c. het getuigschrift van het met goed gevolg afgelegd examen, verbonden aan de opleiding van de tweede fase, opleiding voor beroepen op het terrein van landschapsarchitectuur, afgegeven aan de Academie van Bouwkunst te Amsterdam.