BWBR0004393
Geldig vanaf 1988-09-01
Artikel 2
Loodsenregisterbesluit
1. Op het samenstel van de loodsplichtige scheepvaartwegen waarvoor een registerloods bevoegd is, moet hij in een periode van vierentwintig aaneengesloten maanden ten minste zeventig reizen maken.
2. Op andere dan de in artikel 10, eerste lid, van de Scheepvaartverkeerswetbedoelde scheepvaartwegen, de Westerschelde, haar mondingen of het Kanaal van Gent naar Terneuzen, waarvoor een registerloods bevoegd is, moet hij in een periode van vierentwintig aaneengesloten maanden ten minste vier reizen maken.
3. Als bewijs van een reis geldt:
a. een door degene, die belast is met het gezag over het schip, ondertekend loodscertificaat als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van het Voorschriftenbesluit registerloodsen (Stb. 1988, 395); of
b. een verklaring van het bestuur van de regionale loodsencorporatie, dat de registerloods een peilreis heeft gemaakt, onder vermelding van de betreffende scheepvaartweg en de datum van de peilreis.
2. Op andere dan de in artikel 10, eerste lid, van de Scheepvaartverkeerswetbedoelde scheepvaartwegen, de Westerschelde, haar mondingen of het Kanaal van Gent naar Terneuzen, waarvoor een registerloods bevoegd is, moet hij in een periode van vierentwintig aaneengesloten maanden ten minste vier reizen maken.
3. Als bewijs van een reis geldt:
a. een door degene, die belast is met het gezag over het schip, ondertekend loodscertificaat als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van het Voorschriftenbesluit registerloodsen (Stb. 1988, 395); of
b. een verklaring van het bestuur van de regionale loodsencorporatie, dat de registerloods een peilreis heeft gemaakt, onder vermelding van de betreffende scheepvaartweg en de datum van de peilreis.