BWBR0004393
Geldig vanaf 1988-09-01
Artikel 12
Loodsenregisterbesluit
1. De algemene raad tekent in het register na ontvangst de inhoud aan van:
a. de verklaring, bedoeld in artikel 5, en een ontheffing als bedoeld in artikel 5a;
b. een verklaring van het bestuur van de regionale loodsencorporatie, waartoe de registerloods behoort, waaruit een wijziging van de bevoegdheid van de registerloods blijkt, die voortvloeit uit de verordening op grond van artikel 4, eerste lid, van de Loodsenwet, anders dan bedoeld in artikel 11, onderdeel a ;
c. een verklaring van de registerloods van wijziging van persoonsgegevens als bedoeld in artikel 10;
d. een verklaring van de besturen van de betreffende regionale loodsencorporaties, waaruit blijkt dat de registerloods tot een andere regionale loodsencorporatie is gaan behoren;
e. een beperking van de bevoegdheid, bedoeld in de artikelen 28, eerste lid, onderdelen c of d, of 48, van de Loodsenwet, die voor tenuitvoerlegging vatbaar is geworden;
f. de verklaring van de regionale loodsencorporatie, waartoe de registerloods behoort, en de daarbij gevoegde afschriften van loodscertificaten, waaruit blijkt dat de betreffende registerloods niet aan de in artikel 2, tweede lid, gestelde eis heeft voldaan, met dien verstande dat de betrokken registerloods zijn bevoegdheid voor de in dat lid bedoelde scheepvaartwegen verliest.
2. Het eerste lid, onderdeel f, blijft buiten toepassing ten aanzien van de registerloods, voor wie een ontheffing geldt krachtens artikel 24, vierde lid, van de Loodsenwet.
a. de verklaring, bedoeld in artikel 5, en een ontheffing als bedoeld in artikel 5a;
b. een verklaring van het bestuur van de regionale loodsencorporatie, waartoe de registerloods behoort, waaruit een wijziging van de bevoegdheid van de registerloods blijkt, die voortvloeit uit de verordening op grond van artikel 4, eerste lid, van de Loodsenwet, anders dan bedoeld in artikel 11, onderdeel a ;
c. een verklaring van de registerloods van wijziging van persoonsgegevens als bedoeld in artikel 10;
d. een verklaring van de besturen van de betreffende regionale loodsencorporaties, waaruit blijkt dat de registerloods tot een andere regionale loodsencorporatie is gaan behoren;
e. een beperking van de bevoegdheid, bedoeld in de artikelen 28, eerste lid, onderdelen c of d, of 48, van de Loodsenwet, die voor tenuitvoerlegging vatbaar is geworden;
f. de verklaring van de regionale loodsencorporatie, waartoe de registerloods behoort, en de daarbij gevoegde afschriften van loodscertificaten, waaruit blijkt dat de betreffende registerloods niet aan de in artikel 2, tweede lid, gestelde eis heeft voldaan, met dien verstande dat de betrokken registerloods zijn bevoegdheid voor de in dat lid bedoelde scheepvaartwegen verliest.
2. Het eerste lid, onderdeel f, blijft buiten toepassing ten aanzien van de registerloods, voor wie een ontheffing geldt krachtens artikel 24, vierde lid, van de Loodsenwet.