BWBR0004376
Geldig vanaf 1988-09-01
Artikel 2
Regels m.b.t. de uitvoering van artikel 65 Loodsenwet
1. De definitieve vaststelling van de over te dragen middelen in verband met de opgebouwde rechten, bedoeld in artikel 65, derde lid, van de Loodsenwet, geschiedt, met inachtneming van het tweede lid, op basis van objectieve maatstaven voor 31 december 1989.
2. Bij de vaststelling, bedoeld in het eerste lid geldt:
a. ten aanzien van het bedrag ten behoeve van de personen, bedoeld in artikel 1, onderdeel a: dat dit ten hoogste 3 mln kan afwijken van het voorschot; en
b. ten aanzien van het bedrag ten behoeve van de personen, bedoeld in artikel 1, onderdeel b: dat dit ten hoogste f 1,5 mln. kan afwijken van het voorschot.
2. Bij de vaststelling, bedoeld in het eerste lid geldt:
a. ten aanzien van het bedrag ten behoeve van de personen, bedoeld in artikel 1, onderdeel a: dat dit ten hoogste 3 mln kan afwijken van het voorschot; en
b. ten aanzien van het bedrag ten behoeve van de personen, bedoeld in artikel 1, onderdeel b: dat dit ten hoogste f 1,5 mln. kan afwijken van het voorschot.