Artikel 1
Het bedrag aan middelen, bedoeld in artikel 65, derde lid, van de Loodsenwet(Stb. 1988, 353), is f 144 mln., waarvan:
a. f 103 mln. ten behoeve van degenen die krachtens artikel 63, eerste lid, van de Loodsenwet zijn ingeschreven in het loodsenregister, en degenen die een leerovereenkomst als bedoeld in artikel 63, tweede lid, van de Loodsenwet, hebben gesloten; en
b. f 41 mln. ten behoeve van degenen die een arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 63, derde lid, van de Loodsenwet, hebben gesloten. Dit bedrag is een voorschot.
a. f 103 mln. ten behoeve van degenen die krachtens artikel 63, eerste lid, van de Loodsenwet zijn ingeschreven in het loodsenregister, en degenen die een leerovereenkomst als bedoeld in artikel 63, tweede lid, van de Loodsenwet, hebben gesloten; en
b. f 41 mln. ten behoeve van degenen die een arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 63, derde lid, van de Loodsenwet, hebben gesloten. Dit bedrag is een voorschot.