BWBR0004326
Geldig vanaf 1988-05-10
Artikel 9
Bijdrageregeling proefprojecten mestverwerking
1. Voor proeffabrieken kan de bijdrage slechts worden verleend indien deze:
a. een compleet proces van verwerking van dierlijke mest omvatten;
b. een verwerkingscapaciteit hebben van minimaal 2000 ton per jaar.
2. In afwijking van het bepaalde in artikel 2, tweede lid, onderdeel a, kan een bijdrage voor proeffabrieken met een verwerkingscapaciteit van meer dan 100.000 ton per jaar mede betrekking hebben op voorbereidingskosten, ongeacht of deze door derden of door de aanvrager zelf zijn gemaakt, indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
a. de werkzaamheden, waarvoor de bijdrage wordt verzocht, zullen als resultaat een compleet, binnen afzienbare termijn te realiseren plan moeten opleveren voor de opzet van een dergelijke proeffabriek;
b. het ingediende plan dient een tijdschema alsmede een begroting te bevatten;
c. de in het plan en de begroting aangegeven financiering van de voorbereidingsfase dient naar het oordeel van de minister voldoende gewaarborgd te zijn.
3. In afwijking van het bepaalde in artikel 2, tweede lid, onderdeel c, kan een bijdrage voor proeffabrieken met een verwerkingscapaciteit van meer dan 100.000 ton per jaar mede betrekking hebben op de kosten van de bouw, aankoop of uitbreiding van bedrijfshallen, daaronder niet begrepen de aankoopkosten van grond.
4. Het bepaalde in artikel 4, eerste lid, onderdeel a, is niet van toepassing op bijdragen voor proeffabrieken met een verwerkingscapaciteit van meer dan 100.000 ton per jaar.
a. een compleet proces van verwerking van dierlijke mest omvatten;
b. een verwerkingscapaciteit hebben van minimaal 2000 ton per jaar.
2. In afwijking van het bepaalde in artikel 2, tweede lid, onderdeel a, kan een bijdrage voor proeffabrieken met een verwerkingscapaciteit van meer dan 100.000 ton per jaar mede betrekking hebben op voorbereidingskosten, ongeacht of deze door derden of door de aanvrager zelf zijn gemaakt, indien wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
a. de werkzaamheden, waarvoor de bijdrage wordt verzocht, zullen als resultaat een compleet, binnen afzienbare termijn te realiseren plan moeten opleveren voor de opzet van een dergelijke proeffabriek;
b. het ingediende plan dient een tijdschema alsmede een begroting te bevatten;
c. de in het plan en de begroting aangegeven financiering van de voorbereidingsfase dient naar het oordeel van de minister voldoende gewaarborgd te zijn.
3. In afwijking van het bepaalde in artikel 2, tweede lid, onderdeel c, kan een bijdrage voor proeffabrieken met een verwerkingscapaciteit van meer dan 100.000 ton per jaar mede betrekking hebben op de kosten van de bouw, aankoop of uitbreiding van bedrijfshallen, daaronder niet begrepen de aankoopkosten van grond.
4. Het bepaalde in artikel 4, eerste lid, onderdeel a, is niet van toepassing op bijdragen voor proeffabrieken met een verwerkingscapaciteit van meer dan 100.000 ton per jaar.