BWBR0004326
Geldig vanaf 1988-05-10
Artikel 2
Bijdrageregeling proefprojecten mestverwerking
1. De minister kan op verzoek een bijdrage verlenen in de investeringskosten van verwerkingsinstallaties voor pluimveemest, beproevingsinstallaties, proeffabrieken en voorzuiveringsinstallaties die naar zijn oordeel van belang zijn voor de ontwikkeling van de mestverwerking in Nederland, in het bijzonder de industriële verwerking. Tevens kan de minister op verzoek een bijdrage verlenen in de investeringskosten voor grootschalige opslagen daarbij behorende overslagfaciliteiten van pluimveemest.
2. Onder investeringskosten in het eerste lid worden verstaan:
a. ontwerpkosten voor zover door derden gemaakt;
b. aankoopkosten van apparaten, machines, meet- en regelapparatuur;
c. kosten voor de noodzakelijke bouwkundige voorzieningen daaronder niet begrepen de bouw, aankoop of uitbreiding van bedrijfshallen noch de aankoopkosten van grond;
d. alsmede voor opslag- en de daarbij behorende overslagfaciliteiten van pluiveemest de bouwkosten van de opslagfaciliteiten.
3. Bij de bepaling van de hoogte van de in het eerste lid bedoelde investeringskosten wordt geen rekening gehouden met de ingevolge de Wet op de omzetbelasting 1968(Stb. 1968, 329) over deze kosten verschuldigde omzetbelasting.
2. Onder investeringskosten in het eerste lid worden verstaan:
a. ontwerpkosten voor zover door derden gemaakt;
b. aankoopkosten van apparaten, machines, meet- en regelapparatuur;
c. kosten voor de noodzakelijke bouwkundige voorzieningen daaronder niet begrepen de bouw, aankoop of uitbreiding van bedrijfshallen noch de aankoopkosten van grond;
d. alsmede voor opslag- en de daarbij behorende overslagfaciliteiten van pluiveemest de bouwkosten van de opslagfaciliteiten.
3. Bij de bepaling van de hoogte van de in het eerste lid bedoelde investeringskosten wordt geen rekening gehouden met de ingevolge de Wet op de omzetbelasting 1968(Stb. 1968, 329) over deze kosten verschuldigde omzetbelasting.