BWBR0004244
Geldig vanaf 1988-02-01
Artikel 21
Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten
1. Het is de ambtenaar van een dienst verboden, anders dan in de uitoefening van zijn functie, te reizen naar dan wel te verblijven in:
a. een land waar feitelijk een gewapend conflict bestaat;
b. bij koninklijk besluit aangewezen landen, waarin het verblijf door een ambtenaar van een dienst een bijzonder risico voor de veiligheid of andere gewichtige belangen van de Staat kan opleveren.
2. Onze betrokken Minister kan ontheffing van het in het eerste lid bedoelde verbod verlenen, indien dringende persoonlijke belangen van de betrokken ambtenaar dat vereisen en de veiligheid of andere gewichtige belangen van de Staat zich daartegen niet verzetten.
3. Dit artikel is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de coördinator, de aan hem ondergeschikte ambtenaren en de in artikel 18, tweede lid, bedoelde ambtenaren van politie en van de Koninklijke marechaussee.
a. een land waar feitelijk een gewapend conflict bestaat;
b. bij koninklijk besluit aangewezen landen, waarin het verblijf door een ambtenaar van een dienst een bijzonder risico voor de veiligheid of andere gewichtige belangen van de Staat kan opleveren.
2. Onze betrokken Minister kan ontheffing van het in het eerste lid bedoelde verbod verlenen, indien dringende persoonlijke belangen van de betrokken ambtenaar dat vereisen en de veiligheid of andere gewichtige belangen van de Staat zich daartegen niet verzetten.
3. Dit artikel is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de coördinator, de aan hem ondergeschikte ambtenaren en de in artikel 18, tweede lid, bedoelde ambtenaren van politie en van de Koninklijke marechaussee.