BWBR0004237
Geldig vanaf 2003-11-12
Artikel 15
Mediabesluit
1. In het programma van de Programmastichting worden de volgende programma-onderdelen opgenomen:
a. achtergrondinformatie en beschouwingen over politieke en maatschappelijke ontwikkelingen, onder meer op het gebied van economie, wetenschap en techniek;
b. programma-onderdelen ten behoeve van maatschappelijke doelgroepen die elders niet of niet voldoende tot hun recht komen;
c. consumentenvoorlichting; en
d. andere programma-onderdelen dan die, bedoeld in de onderdelen a tot en met c en in artikel 51b, derde lid, van de Mediawet, die voorzien in de bevrediging van in het volk levende maatschappelijke, culturele, godsdienstige of geestelijke behoeften, zodanig dat het programma van de Programmastichting te zamen met de programma’s van de andere instellingen die zendtijd voor landelijke omroep hebben verkregen, een evenwichtig beeld oplevert van de maatschappelijke, culturele, godsdienstige en geestelijke verscheidenheid in Nederland.
2. In het televisieprogramma van de Programmastichting worden, naast de in het eerste lid genoemde programma-onderdelen, voorts opgenomen:
a. ten minste twintig procent programma-onderdelen ten behoeve van of betrekking hebbend op etnische en culturele minderheden; en
b. programma-onderdelen van educatieve aard ten behoeve van de jeugd.
3. In het radioprogramma van de Programmastichting wordt, naast de in het eerste lid genoemde programma-onderdelen, voorts opgenomen ten minste vijfentwintig procent programma-onderdelen ten behoeve van of betrekking hebbend op etnische en culturele minderheden.
a. achtergrondinformatie en beschouwingen over politieke en maatschappelijke ontwikkelingen, onder meer op het gebied van economie, wetenschap en techniek;
b. programma-onderdelen ten behoeve van maatschappelijke doelgroepen die elders niet of niet voldoende tot hun recht komen;
c. consumentenvoorlichting; en
d. andere programma-onderdelen dan die, bedoeld in de onderdelen a tot en met c en in artikel 51b, derde lid, van de Mediawet, die voorzien in de bevrediging van in het volk levende maatschappelijke, culturele, godsdienstige of geestelijke behoeften, zodanig dat het programma van de Programmastichting te zamen met de programma’s van de andere instellingen die zendtijd voor landelijke omroep hebben verkregen, een evenwichtig beeld oplevert van de maatschappelijke, culturele, godsdienstige en geestelijke verscheidenheid in Nederland.
2. In het televisieprogramma van de Programmastichting worden, naast de in het eerste lid genoemde programma-onderdelen, voorts opgenomen:
a. ten minste twintig procent programma-onderdelen ten behoeve van of betrekking hebbend op etnische en culturele minderheden; en
b. programma-onderdelen van educatieve aard ten behoeve van de jeugd.
3. In het radioprogramma van de Programmastichting wordt, naast de in het eerste lid genoemde programma-onderdelen, voorts opgenomen ten minste vijfentwintig procent programma-onderdelen ten behoeve van of betrekking hebbend op etnische en culturele minderheden.