BWBR0004231
Geldig vanaf 1988-01-01
Artikel 6
Regeling medeverzekering ziekenfondsverzekering
1. Een verzekerde wordt als kostwinner aangmerkt, indien het loon van de verzekerde in de regel ten minste de helft bedraagt van het totale inkomen van de verzekerde, vermeerderd met dat van zijn echtgenote of haar echtgenoot. Hierbij wordt tot het loon van de verzekerde gerekend het loon van zijn echtgenote of van haar echtgenoot.
Voor een verzekerde op grond van artikel 3d, eerste lid, van de Ziekenfondswetwordt onder loon uitsluitend verstaan, het krachtens artikel 3d, vierde lid, van de Ziekenfondswetvastgestelde inkomen.
Voor een verzekerde op grond van artikel 3e, eerste lid, van de Ziekenfondswetwordt onder loon uitsluitend verstaan, het krachtens artikel 3e, tweede lid, onderdeel b, van de Ziekenfondswetvastgestelde inkomen.
Onder echtgenoot of echtgenote wordt verstaan de echtgenoot of echtgenote, die tot het huishouden van de verzekerde behoort, dan wel degene met wie de verzekerde duurzaam een gezamenlijke huishouding voert als bedoeld in artikel 1, tweede lid, van de Ziekenfondswet.
2. Voor de toepassing van het eerste lid, eerste volzin, wordt onder loon verstaan hetgeen wordt genoten uit een of meer arbeidsverhoudingen, waarop de verzekering steunt, alsmede een uitkering waarop de verzekering steunt, alsook alle overige inkomsten waarover premie ingevolge de Ziekenfondswetverschuldigd is.
Indien een in de vorige volzin bedoelde uitkering slechts ten dele wordt uitbetaald wegens samenloop met een uitkering ingevolge de artikelen 11of 19 van de Wet rechtspositionele voorzieningen rampbestrijdersdan wel de sociale wetgeving van een andere mogendheid, wordt deze voor de toepassing van het eerste lid geacht ten volle te worden uitbetaald.
Niet als loon wordt aangemerkt kinderbijslag ingevolge de Algemene Kinderbijslagwetof een andere kinderbijslagregeling in welke vorm of onder welke benaming ook, die geldt voor de groep, waartoe de betrokkene behoort, alsmede loon, dat in geblokkeerde vorm wordt gespaard ingevolge een spaarloonregeling als bedoeld in artikel 32, eerste lid, van de Wet op de loonbelasting 1964of artikel IX van de Wet van 1 november 1993 tot wijziging van een aantal andere wetten inzake belastingen, alsmede van een aantal andere wetten met het oog op het bevorderen van werknemersparticipaties en winstdelings- en spaarregelingen voor werknemers.
3. Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder inkomen verstaan het inkomen, uitgezonderd kinderbijslag ingevolge de Algemene Kinderbijslagwetof een andere kinderbijslagregeling in welke vorm of onder welke benaming ook, die geldt voor de groep waartoe de betrokkene behoort, alsmede loon, dat in geblokkeerde vorm wordt gespaard ingevolge een spaarloonregeling als bedoeld in artikel 32, eerste lid, van de Wet op de loonbelasting 1964of artikel IX van de Wet van 1 november 1993 tot wijziging van een aantal andere wetten inzake belastingen, alsmede van een aantal andere wetten met het oog op het bevorderen van werknemersparticipaties en winstdelings- en spaarregelingen voor werknemers.
4. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid, wordt de verzekerde, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c en d, aangemerkt als kostwinner van het in die onderdelen bedoelde kind.
5. Voor de toepassing van het eerste lid wordt geen rekening gehouden met de wijzigingen van het loon als gevolg van het genieten van onbetaald verlof in de zin van artikel 1, onderdeel i, van de Werkloosheidswetdan wel de op de verzekerde of zijn echtgenote dan wel haar echtgenoot van toepassing zijnde publiekrechtelijke regeling inzake onbetaald verlof of ouderschapsverlof.
6. Voor de toepassing van het eerste lid wordt geen rekening gehouden met de wijzigingen van het loon als gevolg van een verhindering de arbeid te verrichten ten gevolge van ziekte, tenzij de betrokkene ter zake van de verhindering inmiddels een uitkering op grond van de verplichte verzekering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekeringof een daarmee vergelijkbare uitkering geniet.
7. Voor de toepassing van het eerste lid wordt met ingang van de dag voorafgaand aan de dag waarop de verzekerde ingevolge artikel 7 van de Ziektewetals werknemer in de zin van die wet wordt beschouwd, gedurende een jaar geen rekening gehouden met de wijzigingen van het loon als gevolg van het niet verrichten van arbeid wegens werkloosheid.
Voor een verzekerde op grond van artikel 3d, eerste lid, van de Ziekenfondswetwordt onder loon uitsluitend verstaan, het krachtens artikel 3d, vierde lid, van de Ziekenfondswetvastgestelde inkomen.
Voor een verzekerde op grond van artikel 3e, eerste lid, van de Ziekenfondswetwordt onder loon uitsluitend verstaan, het krachtens artikel 3e, tweede lid, onderdeel b, van de Ziekenfondswetvastgestelde inkomen.
Onder echtgenoot of echtgenote wordt verstaan de echtgenoot of echtgenote, die tot het huishouden van de verzekerde behoort, dan wel degene met wie de verzekerde duurzaam een gezamenlijke huishouding voert als bedoeld in artikel 1, tweede lid, van de Ziekenfondswet.
2. Voor de toepassing van het eerste lid, eerste volzin, wordt onder loon verstaan hetgeen wordt genoten uit een of meer arbeidsverhoudingen, waarop de verzekering steunt, alsmede een uitkering waarop de verzekering steunt, alsook alle overige inkomsten waarover premie ingevolge de Ziekenfondswetverschuldigd is.
Indien een in de vorige volzin bedoelde uitkering slechts ten dele wordt uitbetaald wegens samenloop met een uitkering ingevolge de artikelen 11of 19 van de Wet rechtspositionele voorzieningen rampbestrijdersdan wel de sociale wetgeving van een andere mogendheid, wordt deze voor de toepassing van het eerste lid geacht ten volle te worden uitbetaald.
Niet als loon wordt aangemerkt kinderbijslag ingevolge de Algemene Kinderbijslagwetof een andere kinderbijslagregeling in welke vorm of onder welke benaming ook, die geldt voor de groep, waartoe de betrokkene behoort, alsmede loon, dat in geblokkeerde vorm wordt gespaard ingevolge een spaarloonregeling als bedoeld in artikel 32, eerste lid, van de Wet op de loonbelasting 1964of artikel IX van de Wet van 1 november 1993 tot wijziging van een aantal andere wetten inzake belastingen, alsmede van een aantal andere wetten met het oog op het bevorderen van werknemersparticipaties en winstdelings- en spaarregelingen voor werknemers.
3. Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder inkomen verstaan het inkomen, uitgezonderd kinderbijslag ingevolge de Algemene Kinderbijslagwetof een andere kinderbijslagregeling in welke vorm of onder welke benaming ook, die geldt voor de groep waartoe de betrokkene behoort, alsmede loon, dat in geblokkeerde vorm wordt gespaard ingevolge een spaarloonregeling als bedoeld in artikel 32, eerste lid, van de Wet op de loonbelasting 1964of artikel IX van de Wet van 1 november 1993 tot wijziging van een aantal andere wetten inzake belastingen, alsmede van een aantal andere wetten met het oog op het bevorderen van werknemersparticipaties en winstdelings- en spaarregelingen voor werknemers.
4. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid, wordt de verzekerde, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c en d, aangemerkt als kostwinner van het in die onderdelen bedoelde kind.
5. Voor de toepassing van het eerste lid wordt geen rekening gehouden met de wijzigingen van het loon als gevolg van het genieten van onbetaald verlof in de zin van artikel 1, onderdeel i, van de Werkloosheidswetdan wel de op de verzekerde of zijn echtgenote dan wel haar echtgenoot van toepassing zijnde publiekrechtelijke regeling inzake onbetaald verlof of ouderschapsverlof.
6. Voor de toepassing van het eerste lid wordt geen rekening gehouden met de wijzigingen van het loon als gevolg van een verhindering de arbeid te verrichten ten gevolge van ziekte, tenzij de betrokkene ter zake van de verhindering inmiddels een uitkering op grond van de verplichte verzekering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekeringof een daarmee vergelijkbare uitkering geniet.
7. Voor de toepassing van het eerste lid wordt met ingang van de dag voorafgaand aan de dag waarop de verzekerde ingevolge artikel 7 van de Ziektewetals werknemer in de zin van die wet wordt beschouwd, gedurende een jaar geen rekening gehouden met de wijzigingen van het loon als gevolg van het niet verrichten van arbeid wegens werkloosheid.