BWBR0002460
Geldig vanaf 1999-07-01
Artikel 3e
Ziekenfondswet
1. Verzekerd is degene jonger dan 65 jaar die naar de omstandigheden beoordeeld hier te lande woonachtig is en die:
a. een periodieke uitkering of verstrekking op grond van een rechtstreeks uit het familierecht voortvloeiende verplichting ontvangt, tenzij deze uitkering of verstrekking wordt ontvangen van bloed- of aanverwanten in de rechte lijn of in de tweede graad van de zijlijn, en
b. medeverzekerd is ingevolge artikel 4, eerste lid, op de dag voorafgaande aan de dag waarop hij niet langer behoort tot het huishouden van de in die bepaling bedoelde verzekerde.
2. Het eerste lid is niet van toepassing op:
a. degene die verzekerd is ingevolge het bepaalde bij of krachtens de artikelen 3 of 3d, dan wel die uitsluitend in verband met overschrijding van de voor de ziekenfondsverzekering geldende loon- of inkomensgrens niet verzekerd is;
b. degene wiens inkomen bedoeld in artikel 2.18 van de Wet inkomstenbelasting 2001, meer bedraagt dan het in artikel 3d, eerste lid, genoemde bedrag;
c. degene die niet langer de in het eerste lid bedoelde periodieke uitkering of verstrekking ontvangt, tenzij de beëindiging van deze periodieke uitkering of verstrekking voortvloeit uit het ontvangen van een bij wijze van pensioenverevening ingevolge de Wet van 28 april 1994 tot vaststelling van regels met betrekking tot de verevening van pensioenrechten bij echtscheiding of scheiding van tafel en bed (Wet verevening pensioenrechten bij scheiding) (Stb. 1994, 342) ontvangen pensioen.
3. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld ter uitvoering van dit artikel.
a. een periodieke uitkering of verstrekking op grond van een rechtstreeks uit het familierecht voortvloeiende verplichting ontvangt, tenzij deze uitkering of verstrekking wordt ontvangen van bloed- of aanverwanten in de rechte lijn of in de tweede graad van de zijlijn, en
b. medeverzekerd is ingevolge artikel 4, eerste lid, op de dag voorafgaande aan de dag waarop hij niet langer behoort tot het huishouden van de in die bepaling bedoelde verzekerde.
2. Het eerste lid is niet van toepassing op:
a. degene die verzekerd is ingevolge het bepaalde bij of krachtens de artikelen 3 of 3d, dan wel die uitsluitend in verband met overschrijding van de voor de ziekenfondsverzekering geldende loon- of inkomensgrens niet verzekerd is;
b. degene wiens inkomen bedoeld in artikel 2.18 van de Wet inkomstenbelasting 2001, meer bedraagt dan het in artikel 3d, eerste lid, genoemde bedrag;
c. degene die niet langer de in het eerste lid bedoelde periodieke uitkering of verstrekking ontvangt, tenzij de beëindiging van deze periodieke uitkering of verstrekking voortvloeit uit het ontvangen van een bij wijze van pensioenverevening ingevolge de Wet van 28 april 1994 tot vaststelling van regels met betrekking tot de verevening van pensioenrechten bij echtscheiding of scheiding van tafel en bed (Wet verevening pensioenrechten bij scheiding) (Stb. 1994, 342) ontvangen pensioen.
3. Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld ter uitvoering van dit artikel.